Tagarchief: minderjarige

Kindgesprek en de informele rechtsingang

Kindgesprek

In zaken die een kind aangaan, zoals een echtscheiding of een omgangsregeling, worden kinderen ouder dan 12 jaar door de rechter in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit wordt het kindgesprek of het kinderverhoor genoemd.

De Rechtbank stuurt een brief en nodigt het kind uit om zijn mening te geven. Het kind mag vervolgens kiezen of het met de rechter in gesprek gaat, dan wel of het schriftelijk reageert. Tijdens het gesprek met de rechter kan het kind zijn mening geven zonder dat de ouders daarbij aanwezig zijn. Het kindgesprek duurt meestal 10-15 minuten.

De mening van het kind is overigens niet doorslaggevend. Zie over dit onderwerp ook mijn blog 5 misverstanden over omgang.

Minder bekend is dat kinderen ook zelf een verzoek bij de Rechtbank kunnen indienen. Dit wordt de informele rechtsingang genoemd.

Wat is de informele rechtsingang?

In zaken betreffende gezag, omgang en hoofdverblijf heeft een minderjarig kind een informele ingang tot de rechter. Een kind kan een brief aan de rechter sturen met daarin een verzoek over bijvoorbeeld de omgang. De rechter besluit of het verzoek in behandeling wordt genomen. Als het verzoek in behandeling wordt genomen, nodigt de rechter het kind uit voor een gesprek. Dit gesprek zal ongeveer hetzelfde verlopen als het kinderverhoor. Als het nodig is, wordt het verzoek van het kind met de ouders besproken. Daarna volgt een uitspraak. De rechter beslist in het belang van het kind.

In principe kunnen kinderen van alle leeftijden gebruik maken van de informele rechtsingang. Het kind moet wel in staat zijn om zijn eigen belangen op waarde te kunnen schatten. De rechter zal daarom tijdens het gesprek nagaan of een kind goed over het verzoek heeft nagedacht en of het werkelijk een verzoek van het kind zelf is. Verzoeken van zeer jonge kinderen zullen daarom vaak niet in behandeling worden genomen.

Wilt u of uw kind meer weten over het kindgesprek? Bekijk dan hier de informatie film over hoe een gesprek met de rechter in zijn werk gaat.

Het straffen van minderjarige verdachten

Vorige week werd Nederland opgeschrikt door de dood van twee 14-jarige meisjes, Romy en Savannah. Wellicht nog groter was de schok dat voor deze zaken – die overigens geen verband met elkaar lijken te houden – twee minderjarige jongens zijn aangehouden. Twee jongens van respectievelijk 14 en 16 jaar oud.

Vanmiddag werd bekend dat de 14-jarige jongen, die verdacht wordt van het doden en seksueel misbruiken van Romy, beide feiten heeft bekend. Kort daarna zag ik de eerste berichten op internet voorbij komen, waarin werd  opgeroepen om de jongen een levenslange gevangenisstraf te geven. Maar hoe gaat dat nu eigenlijk in zijn werk, de berechting van een minderjarige verdachte?

Kinderen tussen de 12 en 18 jaar die een strafbaar feit begaan, worden in beginsel berecht volgens het jeugdstrafrecht. Het jeugdstrafrecht wijkt af van het volwassenenstrafrecht. Het volwassenenstrafrecht is gericht op vergelding voor het gepleegde strafbare feit. Het jeugdstrafrecht is meer gericht op het bijsturen van het gedrag van de minderjarige, omdat de hersenen van het kind nog in ontwikkeling zijn. De straf is met name gericht op het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Binnen het jeugdstrafrecht worden daarom ook de ouders betrokken. Als zij het ouderlijk gezag over hun kind hebben, zijn zij zelfs verplicht om op de zitting aanwezig te zijn. Ook het kind moet verplicht op de zitting aanwezig zijn.

Welke straffen zijn er?

In het jeugdstrafrecht zijn er drie hoofdstraffen:

  • jeugddetentie (gevangenisstraf)
  • taakstraf
  • geldboete

Jeugddetentie kan alleen tijdelijk worden opgelegd. De duur van de jeugddetentie is afhankelijk van de leeftijd van de verdachte:

  • Voor een jongere die nog geen 16 jaar oud is, bedraagt de maximale jeugddetentie 12 maanden.
  • Voor een jongere die 16 of 17 jaar oud is, bedraagt de maximale jeugddetentie 24 maanden.

In detentie moeten de kinderen naar school en krijgen zij les in sociale vaardigheden.

Als een kind 16 of 17 jaar oud is, kan de rechter besluiten om het volwassenenstrafrecht toe te passen. Dit gebeurt wanneer de jeugdstraf niet past bij de geestelijke ontwikkeling van het kind en/of het misdrijf te ernstig is voor het opleggen van een jeugdstraf. Andersom is het bij jongvolwassenen tot 23 jaar ook mogelijk om het jeugdstrafrecht toe te passen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Gelet op de leeftijd van de verdachte in de zaak van Romy, zal in dit geval dus het jeugdstrafrecht worden toegepast. Een levenslange gevangenisstraf zal daarom niet aan de orde zijn.