Tag archieven: kinderalimentatie

Kinderalimentatie: de verwekker betaalt

Bij een scheiding met kinderen wordt er vaak kinderalimentatie betaald. Ook in situaties waarbij de ouders niet getrouwd zijn geweest, kan het betalen van kinderalimentatie aan de orde zijn. In die situatie wordt er meestal vanuit gegaan dat alleen de man die het kind erkend heeft kinderalimentatie dient te betalen. Maar dat is niet juist.

Wie is er onderhoudsplichtig voor een kind?

De wet bepaalt dat ouders verplicht zijn om bij te dragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Hier wordt over het algemeen de juridische ouders bedoeld. De juridische ouders zijn alijd onderhoudsplichtig. (Meer over juridisch ouderschap, leest u hier.)

Maar, ook een biologische vader die een kind niet heeft erkend is onderhoudsplichtig. Men wil namelijk voorkomen dat een biologische vader die weigert zijn kind te erkennen voor zijn financiële verplichtingen wegloopt.

Onderhoudsplicht verwekker

In de wet is bepaald dat de verwekker van een kind een onderhoudsverplichting heeft. Een verwekker is een man die samen met de moeder het kind op natuurlijke wijze heeft laten ontstaan. Dat kan binnen een langdurige relatie, maar bijvorbeeld ook tijdens een onenightstand. Denk bijvoorbeeld aan het verhaal van tenniser Boris Becker die een kind verwekt heeft in een bezemkast.

Als de biologische vader geen kinderalimentatie wil betalen, kan er door de moeder een verzoek bij de Rechtbank worden ingediend. Daarbij zal dan mogelijk wel aangetoond moeten worden dat de man inderdaad de verwekker is. Dit kan worden vastgesteld door middel van een DNA onderzoek. Als de verwekker weigert mee te werken aan een DNA onderzoek dan kan de rechter daar de gevolgen aan verbinden die hij juist acht. Als de man dus niet meewerkt, zal de rechter aannemen dat de man inderdaad de verwekker is. Een verwekker kan dus niet onder zijn onderhoudsplicht uitkomen door niet mee te werken aan een DNA onderzoek.

Er zijn overigens wel situaties denkbaar wanneer de biologische vader toch geen kinderalimentatie hoeft te betalen. Dat is het geval in de volgende situaties:

Spermadonor

Een spermadonor is geen verwekker in de zin van de wet. Hij doneert alleen zijn zaad en het kind is niet op natuurlijke wijze verwekt.

Twee juridische ouders

Wanneer een kind al twee juridische ouders heeft, omdat een kind uit een slippertje is geboren tijdens een huwelijk, dan hoeft de verwekker in beginsel geen kinderalimentatie te betalen. Dit kan overigens wel anders zijn wanneer de juridische ouders niet volledig in de kosten van het kind kunnen voorzien.

Kleding, alimentatie en omgangsregeling

Het is één van de grootste ergenissen van gescheiden ouders, het meegeven van kleding van de kinderen in het kader van een omgangsregeling. Regelmatig komt het voor dat er tussen gescheiden ouders met kinderen discussie bestaat over het meegeven van kleding. Moeder geeft kleren mee en stoort zich eraan dat deze na het weekend niet meer terugkomen. Zij besluit om voortaan maar geen kleding meer mee te geven. Vader moet zelf een garderobe voor de kinderen aanschaffen en houdt daarom kosten in op de alimentatie. Mag dat?

Na een scheiding wonen kinderen voornamelijk bij één van de ouders. Dit noemen we de verzorgende ouder. Er is veelal sprake van een omgangsregeling tussen de kinderen en de niet-verzorgende ouder. Beide ouders dienen bij te dragen in de kosten van de kinderen. Dit wordt berekend aan de hand van de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de ouders. In mijn blog ‘Hoe wordt kinderalimentatie berekend’ kunt u meer lezen over de berekening van kinderalimentatie. De niet-verzorgende ouder zal vervolgens een bijdrage in de kosten van de kinderen betalen aan de verzorgende ouder.

Vaak bestaat er discussie tussen de ouders welke kosten door de kinderalimentatie worden gedekt. De kosten van de kinderen kunnen worden onderscheiden in zg. verblijfsoverstijgende kosten en verblijfskosten.

Verblijfsoverstijgende kosten

Uitgangspunt is dat de verzorgende ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft alle kosten, met uitzondering van de kosten die samenhangen met het verblijf bij de andere ouder, voor zijn/haar rekening dient te nemen. Deze kosten worden de kindgebonden verblijfsoverstijgende kosten genoemd.

Het betreft in ieder geval de ‘vaste lasten’ die voor een kind worden voldaan ongeacht waar het kind verblijft, zoals schoolkosten, contributie voor sport en dergelijke. Kosten voor kleding, schoenen en fiets zijn weliswaar variabele lasten, maar er wordt vanuit gegaan dat ook deze kosten dienen te worden beschouwd als kindgebonden vaste lasten.

Verblijfskosten

Naast de verblijfsoverstijgende kosten worden er ten behoeve van kinderen nog zg. verblijfskosten gemaakt door de niet-verzorgende ouder. Hierbij kan bijvoorveeld gedacht worden aan de kosten van eten, drinken en verbruik van water en stroom. Maar ook de kosten van vakanties, uitjes, vervoerskosten en dergelijke vallen hieronder. Bij het berekenen van de draagkracht van de niet-verzorgende ouder wordt met deze kosten rekening gehouden in de vorm van een zorgkorting. De gedachte hierachter is dat de feitelijke zorgverdeling er toe leidt dat de verzorgende ouder voor een deel niet in de behoefte van het kind hoeft te voorzien, omdat de andere ouder daar in natura in voorziet in de periode dat het kind bij hem/haar verblijft.

Kleding en omgang

Zoals hiervoor is aangegeven, dient de verzorgende ouder alle kosten van de kinderen te voldoen. Indirect komen de kosten van kleding voor de kinderen voor rekening van beide ouders. De niet-verzorgende ouder betaalt zijn/haar bijdrage daarin immers door middel van kinderalimentatie.

De wet zegt overigens niets over het meegeven van kleding in het kader van de omgangsregeling. Wel zijn beide ouders volgens de wet verplicht om hun kinderen te verzorgen. Daar hoort ook bij dat beide ouders ervoor dienen te zorgen dat hun kinderen fatsoenlijk gekleed zijn.

Soms ziet de discussie van de ouders zich op de kleren die een kind meekrijgt. De kleding is versleten, te klein, of gewoon niet mooi genoeg. Wil de niet-verzorgende ouder dat de kinderen bij hem/haar thuis in andere kleding rondlopen, dan komt dit voor eigen kosten. Er mogen dan dus niet bedragen op de kinderalimentatie worden ingehouden. Dat laatste mag uiteraard wel als de ouders hierover afspraken hebben gemaakt in hun ouderschapsplan. Houdt u er wel rekening mee dat het voor kinderen heel verwarrend kan zijn om bij zijn ouders van kleding te moeten wisselen?

Blijf als ouders dus vooral denken in het belang van uw kinderen!

Wat kan ik doen als de alimentatie niet betaald wordt?

Er kunnen veel problemen ontstaan over alimentatiebetalingen. De wettelijke indexering wordt bijvoorbeeld niet betaald of er ontstaat een ruzie over de hoogte van de verplichting. Voor de alimentatiegerechtigde kan het vervelende financiële gevolgen hebben als de alimentatie niet (volledig) wordt betaald. In dit artikel zal ik bespreken welke mogelijkheden er zijn om achterstallige alimentatie te incasseren.

Allereerst dient er onderscheid gemaakt te worden tussen alimentatie afspraken die door de rechter zijn vastgelegd en afspraken die niet door rechter zijn vastgelegd. Ik zal beginnen met de laatste situatie.

De alimentatie is niet door de Rechtbank vastgelegd.

Is de alimentatieverplichting onderling afgesproken in bijvoorbeeld een echtscheidingsconvenant of ouderschapsplan, maar is niet gevraagd om deze afspraken in een beschikking van de Rechtbank te laten vastleggen? Dan dient de Rechtbank alsnog de hoogte van de alimentatieverplichting vast te stellen. Een advocaat zal dan een verzoekschrift bij de Rechtbank moeten indienen om de alimentatie alsnog te laten vastleggen.

De alimentatie is door de Rechtbank in een beschikking opgenomen.

In dat geval is het mogelijk om de achterstallige alimentatie te incasseren via bijvoorbeeld het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Het LBIO kan gratis worden ingeschakeld door de alimentatiegerechtigde. Daarentegen dient de alimentatiebetaler een opslag te betalen. Het LBIO kan alleen vorderingen incasseren die niet ouder zijn dan 6 maanden.

Zijn de achterstanden ouder dan 6 maanden? Dan kan er een deurwaarder worden ingeschakeld of het Nationaal Loket Alimentatie Inning. Het NLAI werkt op basis van no cure no pay. Er worden geen kosten in rekening worden gebracht als er geen resultaat is behaald.

Om de alimentatie te kunnen laten incasseren is de originele beschikking van de Rechtbank nodig. Op deze beschikking staat een stempel met de woorden ‘in naam van de Koning’. Dit wordt de zg. grosse genoemd. Het LBIO, een deurwaarder of het NLAI zal u vragen deze grosse toe te sturen. Het is daarom belangrijk om de grosse goed te bewaren.

Verjaring

Het is dus mogelijk om achterstallige alimentatie te incasseren, maar dit kan niet oneindig. Voor alimentatiebetalingen geldt een verjaringstermijn van 5 jaar. Dit betekent dat achterstanden ouder dan 5 jaar niet meer kunnen worden geincasseerd. Maar, als de ex-partner binnen deze 5 jaar schriftelijk is aangemaand om te betalen, dan wordt de verjaring gestuit. Vanaf dat moment gaat er een nieuwe verjaringstermijn van 5 jaar lopen.

Mocht er sprake zijn van een achterstand in alimentatiebetalingen, dan is het als alimentatiegerechtigde verstandig om de ex-partner daar ieder jaar schriftelijk op te wijzen en te vragen om de achterstand te voldoen. Op deze manier gaat de verjaringstermijn telkens opnieuw lopen. Uiteraard dient u dan wel te kunnen aantonen dat u daadwerkelijk een herinnering heeft verstuurd.

5 vragen over de wettelijke indexering van alimentatie

Wettelijke indexering is een term die regelmatig wordt gebruikt als het over alimentatie gaat. Maar wat is dit nu precies? In deze blog 5 vragen over wettelijke indexering.

1. – Wat is de wettelijke indexering?

Indexering van de alimentatie is het jaarlijks verhogen van de alimentatie.

2. – Waarom vindt indexering van de alimentatie plaats?

De meeste mensen ontvangen per 1 januari een loonsverhoging. De kosten van levensonderhoud worden daarnaast steeds duurder. Om ervoor te zorgen dat de alimentatie hiermee gelijk blijft lopen, wordt de alimentatie verhoogd. Dit geldt voor zowel de kinder- als de partneralimentatie.

3. – Hoe hoog is de wettelijke indexering?

De hoogte van de indexering is ieder jaar anders. Het percentage van de stijging is afhankelijk van het zg. loonindexcijfer. Het loonindexcijfer wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vastgesteld. Op de website van o.a. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen is een overzicht van de percentages over de afgelopen jaren te vinden.

4. – Is de wettelijke indexering verplicht?

De term wettelijke indexering zegt het eigenlijk al, de indexering is gebaseerd op de wet. De indexering geldt van rechtswege, tenzij deze schriftelijk is uitgesloten. Dit betekent dat de wettelijke indexering ook geldt als partijen daar niets over hebben afgesproken. Ook als het loon van de alimentatiebetaler gelijk is gebleven, dient deze de indexering te betalen.

Zoals hiervoor is aangegeven, kan de indexering in onderling overleg schriftelijk worden uitgesloten. Dit kan bijvoorbeeld in een convenant of ouderschapsplan. Het is ook mogelijk om de rechter te vragen de indexering uit te sluiten. De alimentatiebetaler zal dan moeten aantonen dat deze een inkomen heeft dat niet zal stijgen.

5. – Wat te doen als de wettelijke indexering niet wordt betaald?

Als de indexering niet wordt betaald, is het mogelijk om deze te laten incasseren door bijvoorbeeld een deurwaarder. Voorwaarde is dan wel dat de alimentatie door de rechter in een beschikking is vastgelegd. In een ander artikel zal ik aandacht besteden aan de mogelijkheden van het incasseren van een alimentatie.

Gescheiden ouders en de corona crisis

De afgelopen periode zijn er diverse maatregelen getroffen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Scholen zijn gesloten, maar ook attractieparken en horeca. Geadviseerd wordt om zoveel mogelijk thuis te werken. Sommige mensen hebben helemaal geen inkomsten meer, omdat zij hun werk simpelweg niet meer kunnen uitvoeren. Voor iedereen is er sprake van een onzekere situatie.

Veel gescheiden ouders hebben in deze periode vragen over de omgangsregeling. Moet deze tijdens de corona crisis worden nagekomen? Andere ouders hebben zorgen over de alimentatie, omdat zij bijvoorbeeld als ZZP-er tijdelijk geen inkomsten hebben.

Omgang

Sommige ouders houden hun kinderen in verband met besmettingsgevaar binnen. Het coronavirus is echter geen reden om de kinderen bij de andere ouder weg te houden. Voor kinderen is er al veel veranderd, omdat zij niet naar school kunnen gaan en thuis les krijgen. Het is belangrijk dat zij wel contact met de andere ouder kunnen houden.

Als één van de ouders gezondheidsklachten heeft, kan dit uiteraard wel aanleiding zijn om af te wijken van de gebruikelijke omgangsregeling. In dat geval is het verstandig om in onderling overleg afspraken te maken. Ten aanzien van zieke kinderen geldt: volg het advies van de (huis)arts en vraag of het verstandig is het kind naar de andere ouder te laten gaan.

Woont één van de ouders over de grens, bijvoorbeeld in Duitsland, dan wordt de situatie iets ingewikkelder. In dat geval dient rekening te worden gehouden met de maatregelen in beide landen. Op dit moment raadt het RIVM Nederlanders af om naar het buitenland te reizen, tenzij dit echt noodzakelijk is. De vraag kan rijzen of het nakomen van de omgangsregeling noodzakelijk is. Hierop hebben wij helaas ook geen pasklaar antwoord. Blijf daarom met elkaar in overleg. (Update: Inmiddels is duidelijk geworden dat reizen tussen België en Nederland in verband met co-ouderschap wel is toegestaan.)

Voorlopig is er in Nederland sprake van een zg. ‘intelligente lockdown’. Maar wat nu als er toch een complete lockdown wordt afgekondigd? Bij een complete lockdown mogen mensen zonder goede reden niet over straat. Boodschappen doen, mag uiteraard wel. De kans is aanwezig dat de kinderen dan niet van de ene naar de andere ouder gebracht mogen worden. Hoe hier mee omgegaan zal worden, is op dit moment nog niet te zeggen.

Alimentatie

Ook over alimentatieverplichtingen zijn vragen. Sommige ZZP-ers kunnen hun werkzaamheden niet meer uitvoeren. Mensen met nul uren contracten worden niet meer opgeroepen. Werknemers met tijdelijke contracten krijgen geen contractverlenging. Duidelijk is dat deze crisis de meeste mensen in de portemonnee raakt. Dit heeft uiteraard ook consequenties voor de alimentatie. Als er minder inkomen is, is er minder ruimte om alimentatie te kunnen betalen.

Ook met de huidige crisis dient de afgesproken of door de rechter bepaalde alimentatie in beginsel te worden betaald. Ook als het inkomen (tijdelijk) lager is. Wordt de alimentatie zonder enig overleg niet betaald? Dan kan de alimentatieontvanger contact opnemen met het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO) om de alimentatie te laten incasseren. Voor de alimentatieontvanger is dit gratis. De alimentatieplichtige betaalt de kosten van de inning.

Vooralsnog gaan we er vanuit dat de huidige situatie tijdelijk zal zijn. Daarnaast heeft het kabinet voor diverse groepen mensen inkomensregelingen aangekondigd.

Mocht de situatie van lagere inkomsten veel langer duren, dan is er sprake van relevante wijziging in omstandigheden. In een dergelijk geval is het normaal gesproken mogelijk om wijziging van de alimentatie te verzoeken. Maar, de rechtbanken zijn op dit moment ook gesloten. Advocaten zijn daarnaast opgeroepen om zo min mogelijk nieuwe procedures te starten. Het is onduidelijk hoelang deze situatie zal duren. Een procedure is dus niet de oplossing!

Zijn er door de corona crisis problemen met de betaling van de alimentatie, neem dan contact met de ex-partner op om afspraken te maken. Zo kan er in onderling overleg worden afgesproken dat de alimentatie tijdelijk wordt verlaagd. Leg deze afspraken dan wel schriftelijk vast.

Kortom in deze bijzondere situatie is het als gescheiden ouders van belang om nog meer dan anders met elkaar in gesprek te blijven in het belang van de kinderen.

Kinderalimentatie tijdens de zomervakantie

“Ik betaal maandelijks kinderalimentatie aan mijn ex. De komende drie weken van de vakantie verblijven de kinderen bij mij. We gaan op vakantie naar Frankrijk. Deze vakantie wordt door mij betaald. Kan ik de alimentatie verlagen in de periode dat de kinderen bij mij verblijven?”

Dit is een vraag die mij regelmatig rond de vakantieperiode wordt gesteld. Voordat ik een antwoord op deze vraag zal geven, zal ik eerst kort uitleggen hoe kinderalimentatie wordt berekend. Indien u een uitgebreidere toelichting op de berekening van kinderalimentatie wilt lezen, verwijs ik u naar mijn blog ‘hoe wordt kinderalimentatie berekend‘.

Kinderalimentatie wordt berekend aan de hand van de volgende drie stappen:

  • wat kosten de kinderen (behoefte)?
  • welk bedrag kunnen de ouders missen (draagkracht)?
  • hoe worden kosten van de kinderen over de ouders verdeeld?

Wat kosten de kinderen?

Als eerste dient de behoefte van de kinderen te worden vastgesteld. Dit gebeurt aan de hand van het inkomen dat de ouders samen hadden. Voor de vaststelling van de behoefte van kinderen is door het NIBUD een behoeftetabel ontwikkeld. In de tabel wordt rekening gehouden met (geschatte) kind uitgaven, zoals bijvoorbeeld kosten voor kleding, zakgeld, schoolkosten en lidmaatschappen. Maar ook met gezamenlijke kosten, zoals woonlasten, gas, water en licht. Deze kosten lopen ook door als de kinderen niet bij de verzorgende ouder verblijven. De totale jaarlijkse kosten worden omgerekend naar maandbedragen.

Wat kunnen de ouders missen?

Nadat de behoefte van de kinderen is vastgesteld, wordt bekeken welk bedrag de alimentatieplichtige maandelijks kan missen. Dit is de draagkracht. Er wordt ook rekening gehouden met de draagkracht van verzorgende ouder. Aan de hand van het inkomen en de lasten wordt de draagkracht vastgesteld. Hiervoor wordt een draagkrachttabel gebruikt.

Hoe worden de kosten verdeeld?

Daarna worden de behoefte van de kinderen en de draagkracht van beide ouders met elkaar vergeleken. De behoefte van de kinderen wordt naar rato van de draagkracht van beide ouders verdeeld. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de tijd die de kinderen bij de niet verzorgende ouder doorbrengen. Dit gebeurt in de vorm van een zorgkorting. De zorgkorting is afhankelijk van het aantal dagen dat een kind, inclusief de vakanties, bij de niet verzorgende ouder verblijft.

Dit betekent dus dat tijdens de vakantie(s) de kinderalimentatie gewoon doorbetaald moet worden.

Mijn kind wordt 18 jaar oud. Welke gevolgen heeft dit voor de alimentatie?

Veel ouders stoppen met het betalen van alimentatie als hun kind 18 jaar wordt, omdat er onterecht vanuit gegaan wordt dat de onderhoudsverplichting stopt als een kind meerderjarig wordt. Maar, in de wet is bepaald dat ouders onderhoudsplichtig zijn voor hun kinderen tot 21 jaar oud. Voor kinderen van 18 tot 21 jaar (jong meerderjarigen) bestaat die verplichting voor de kosten voor levensonderhoud en studie.

Mijn kind wordt 18 jaar oud. Welke gevolgen heeft dat voor de alimentatie?

Als er alimentatie is vastgesteld voordat het kind 18 jaar oud wordt, verandert er niets aan de hoogte van alimentatie. Wat wel verandert, is het feit dat de verzorgende ouder niet langer partij is. De jong meerderjarige mag zelf over de alimentatie beschikken. Als het kind nog thuis woont, wordt vaak afgesproken dat de alimentatie nog aan de verzorgende ouder betaald wordt.

Zoals hiervoor is aangegeven, verandert er in principe niets aan de hoogte van de alimentatie. Maar, vaak is het zo dat de alimentatie door hogere (studie)kosten niet langer toereikend is. De jong meerderjarige kan dan zelf afspraken over de hoogte van de bijdrage maken. Als een procedure nodig is, is het kind zelf procespartij.

Hoe wordt alimentatie voor kinderen ouder dan 18 jaar berekend?

Als er nog geen alimentatie is vastgesteld voordat het kind 18 jaar werd, dan kan dat alsnog gevraagd worden. Het rekensysteem dat wordt gebruikt bij de berekening van kinderalimentatie voor kinderen onder de 18 jaar oud, geldt niet voor kinderen ouder dan 18 jaar. (Voor meer informatie over de berekening van kinderalimentatie verwijs ik u naar mijn blog ‘hoe wordt kinderalimentatie berekend?‘.) Voor jong meerderjarigen wordt aansluiting gezocht bij de normen voor de studiefinanciering.

Aan de hand van de normen voor studiefinanciering wordt bekeken hoe hoog de maandelijkse uitgaven van de jong meerderjarige zijn om zo te bepalen wat de behoefte van het kind is. Bij de uitgaven kan gedacht worden aan: collegegeld, studiemateriaal, huur, premie zorgverzekering, telefoonkosten en boodschappen. Eventuele ontvangen huurtoeslag en zorgtoeslag worden als inkomen gezien. Als de jong meerderjarige aanspraak kan maken op een aanvullende beurs bij wijze van lening dan wordt dit niet als inkomen gezien. De lening zal immers weer terugbetaald moeten worden.

Met inkomsten uit een (klein) bijbaantje wordt bij de hoogte van de alimentatie geen rekening gehouden. Dit inkomen wordt als extraatje gezien. Bij de berekening van alimentatie kan wel rekening worden gehouden met structurele inkomsten. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer het kind 4 dagen per week werkt en 1 dag per week studeert.

Moet ik ook een bijdrage betalen als mijn kind niet studeert?

Voor de onderhoudsverplichting van ouders maakt het niet uit of het kind studeert of werkt. Wel zullen de kosten van een kind hoger zijn als het studeert.

Als een kind van 18 jaar of ouder besluit om te stoppen met school en fulltime gaat werken, kan het kind mogelijk zelf volledig in eigen levensonderhoud voorzien, waardoor er geen aanvullende behoefte meer bestaat die door de ouders betaald moet worden.

Als een kind gaat werken, is het niet verstandig om zomaar te stoppen met het betalen van alimentatie. Ik adviseer u in dat geval met uw kind te bespreken hoe hoog het inkomen is en welke uitgaven het kind heeft. Dekken de inkomsten de uitgaven, maak dan in onderling overleg afspraken over het beëindigen van de alimentatie. Komt u er onderling niet uit? Bespreek dan de mogelijkheden met een advocaat.

Wettelijke indexering alimentatie (per 1 januari 2019: 2,0%)

Wat is de wettelijke indexering van alimentatie?

In de wet staat dat de alimentatie jaarlijks per 1 januari wordt verhoogd met een bepaald percentage. Dit wordt de wettelijke indexering genoemd.

Waarom verhoging?

De lonen en uitkeringen stijgen meestal per 1 januari. Daar staat tegenover dat ook de kosten van levensonderhoud stijgen. Uitgangspunt is dat de koopkracht van alimentatiegerechtigden op peil moet blijven. De alimentatie volgt daarom de ontwikkeling van het loonpeil. Het percentage van de verhoging is dus ieder jaar anders.

Hoe hoog is de wettelijke indexering?

De hoogte van de indexering wordt jaarlijks vastgesteld door de Minister voor Rechtsbescherming. Het percentage van de stijging wordt vaak half november bekend gemaakt. De hoogte hangt af van de stijging van de lonen. Het indexeringspercentage per 1 januari 2019 is vastgesteld op 2,0%.

Wanneer u alimentatie betaalt, moet u per 1 januari 2019 een hogere maandelijkse bijdrage gaan voldoen. De hoogte van het nieuwe maandelijkse bedrag is handmatig te berekenen of via het LBIO.

Voor wie geldt de indexering?

Alle alimentatiebedragen wijzigen met het vastgestelde percentage. Dit geldt dus voor zowel kinderalimentatie als partneralimentatie. Het maakt geen verschil of de alimentatie onderling is afgesproken of dat deze door de Rechtbank is vastgesteld. De alimentatiegerechtigde heeft automatisch recht op verhoging van de alimentatie.

De wettelijke indexering is niet van toepassing, wanneer deze schriftelijk is uitgesloten. Dit laatste gebeurt overigens maar zelden.

Wat te doen als de wettelijke indexering niet wordt betaald?

Als de wettelijke indexering niet wordt betaalt, adviseer ik uw ex-partner daarover aan te schrijven. Wellicht is uw ex-partner vergeten de alimentatie te verhogen. Als een brief of email niet tot het gewenste resultaat leidt, kan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) worden ingeschakeld. Inschakeling van het LBIO is gratis voor de alimentatiegerechtigde. Meer informatie vindt u op de website van het LBIO.

Hoe wordt kinderalimentatie berekend?

Na een echtscheiding wonen de kinderen vaak voornamelijk bij één van de ouders. De ouder waar de kinderen het meeste verblijven, wordt de verzorgende ouder genoemd. Zowel de verzorgende ouder als de niet verzorgende ouder dient de kinderen op grond van de wet financieel te onderhouden. De niet verzorgende ouder doet dit meestal in de vorm van alimentatie. Maar, hoe wordt de alimentatie voor kinderen berekend? Ik zal hieronder in hoofdlijnen aangeven hoe dit in zijn werk gaat.

Behoefte

Voordat bepaald kan worden welk bedrag de niet verzorgende ouder dient bij te dragen in de kosten van de kinderen, dient de behoefte van de kinderen te worden vastgesteld. Voor de vaststelling van de behoefte van kinderen is door het NIBUD een behoeftetabel ontwikkeld. Om de behoefte van de kinderen te kunnen bepalen, dient het netto besteedbaar inkomen van beide ouders ten tijde van de relatie of het huwelijk te worden vastgesteld.

Het netto besteedbaar inkomen is niet gelijk aan het bedrag dat maandelijks op de bankrekening als loon wordt ontvangen. Bij de berekening van het netto besteedbaar inkomen wordt naast het bruto loon o.a. rekening gehouden met vakantiegeld, structureel overwerk, eindejaarsuitkering en dertiende maand. Daarnaast wordt rekening gehouden met bepaalde heffingskortingen waarop aanspraak gemaakt kan worden, zoals bijvoorbeeld de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Het resultaat daarvan is dat het netto besteedbaar inkomen hoger uitvalt dan het inkomen dat maandelijks netto als loon wordt ontvangen.

Als het netto besteedbaar inkomen van de ouders ten tijde van de relatie of het huwelijk is bepaald, wordt uit de behoeftetabel afgeleid hoe hoog de behoefte van de kinderen is. In de tabel wordt o.a. rekening gehouden met de leeftijd van de kinderen. De behoefte tabel voor 2018 kunt u hier terug vinden.

Hoe hoger het inkomen van de ouders, hoe hoger de behoefte van de kinderen.

Draagkracht

Als de behoefte van de kinderen is vastgesteld, dient de draagkracht van beide ouders te worden berekend. De draagkracht wordt berekend aan de hand van het huidige netto besteedbaar inkomen. Een ontvangen kindgebonden budget wordt als inkomen in de berekening meegenomen. Ook hier geldt dat het netto besteedbaar inkomen niet overeen zal komen met het netto maandloon.

De exacte lasten van de ouders zijn bij de berekening van kinderalimentatie niet meer van belang; alleen het inkomen wordt in de berekening meegenomen. In de berekening wordt rekening gehouden met fictieve lasten.

Indien beide ouders eigen inkomsten hebben, dienen zij in beginsel allebei bij te dragen in de kosten van de kinderen. Voor inkomens tot € 1.250,00 netto bedraagt de totale bijdrage maximaal € 50,00 per maand.

Als het netto besteedbaar inkomen van de ouders is vastgesteld, wordt in de draagkracht tabel afgelezen welke draagkracht iedere ouder heeft. De draagkracht tabel voor 2018 kunt u hier vinden.

Draagkrachtvergelijking

Daarna wordt bekeken of de gezamenlijke draagkracht van de ouders voldoende is om in de behoefte van de kinderen te kunnen voorzien.
Als beide ouders samen meer draagkracht hebben dan de behoefte van de kinderen, wordt er een zogenaamde draagkrachtvergelijking gemaakt worden. De ouders moeten dan naar rato van hun draagkracht in de behoefte van de kinderen bijdragen.
Als de gezamenlijke draagkracht van de ouders lager is dan de behoefte van de kinderen, hoeft er geen draagkrachtvergelijking te worden gemaakt. De ouders moeten dan conform hun draagkracht in de behoefte van de kinderen bijdragen.

Zorgkorting

Als de draagkracht van de ouders voldoende is om in de behoefte van de kinderen te kunnen voorzien, wordt bij de verzorgende ouder een zogenaamde zorgkorting voor verleende zorg in natura in mindering gebracht. Deze zorgkorting bedraagt afhankelijk van de omgangsregeling 15%, 25% of 35%. Hoe meer dagen de kinderen bij de niet verzorgende ouder verblijven, hoe hoger de zorgkorting. Verblijven de kinderen gemiddeld één dag per week bij de niet verzorgende ouder, dan wordt een zorgkorting van 15% toegepast. Bij een gemiddelde van twee dagen per week bedraagt de zorgkorting 25%. Als er sprake is van co-ouderschap wordt het percentage van 35% gehanteerd.

Aanvaardbaarheidstoets

Het kan zijn dat de berekende alimentatie te hoog uitvalt, bijvoorbeeld wanneer er veel schulden zijn. In dat geval kan de berekening gecorrigeerd worden met de aflossing op de schulden. Als de niet verzorgende ouder daardoor niet genoeg geld overhoudt om in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, kan een beroep worden gedaan op de zogenaamde aanvaardbaarheidstoets.

Dit is in hoofdlijnen de wijze van de berekeningsmethode. Omdat het berekenen van kinderalimentatie erg complex kan zijn, adviseer ik u om altijd een advocaat te raadplegen en niet zelf te gaan rekenen.