Tag archieven: Alimentatie

Kinderalimentatie: de verwekker betaalt

Bij een scheiding met kinderen wordt er vaak kinderalimentatie betaald. Ook in situaties waarbij de ouders niet getrouwd zijn geweest, kan het betalen van kinderalimentatie aan de orde zijn. In die situatie wordt er meestal vanuit gegaan dat alleen de man die het kind erkend heeft kinderalimentatie dient te betalen. Maar dat is niet juist.

Wie is er onderhoudsplichtig voor een kind?

De wet bepaalt dat ouders verplicht zijn om bij te dragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Hier wordt over het algemeen de juridische ouders bedoeld. De juridische ouders zijn alijd onderhoudsplichtig. (Meer over juridisch ouderschap, leest u hier.)

Maar, ook een biologische vader die een kind niet heeft erkend is onderhoudsplichtig. Men wil namelijk voorkomen dat een biologische vader die weigert zijn kind te erkennen voor zijn financiële verplichtingen wegloopt.

Onderhoudsplicht verwekker

In de wet is bepaald dat de verwekker van een kind een onderhoudsverplichting heeft. Een verwekker is een man die samen met de moeder het kind op natuurlijke wijze heeft laten ontstaan. Dat kan binnen een langdurige relatie, maar bijvorbeeld ook tijdens een onenightstand. Denk bijvoorbeeld aan het verhaal van tenniser Boris Becker die een kind verwekt heeft in een bezemkast.

Als de biologische vader geen kinderalimentatie wil betalen, kan er door de moeder een verzoek bij de Rechtbank worden ingediend. Daarbij zal dan mogelijk wel aangetoond moeten worden dat de man inderdaad de verwekker is. Dit kan worden vastgesteld door middel van een DNA onderzoek. Als de verwekker weigert mee te werken aan een DNA onderzoek dan kan de rechter daar de gevolgen aan verbinden die hij juist acht. Als de man dus niet meewerkt, zal de rechter aannemen dat de man inderdaad de verwekker is. Een verwekker kan dus niet onder zijn onderhoudsplicht uitkomen door niet mee te werken aan een DNA onderzoek.

Er zijn overigens wel situaties denkbaar wanneer de biologische vader toch geen kinderalimentatie hoeft te betalen. Dat is het geval in de volgende situaties:

Spermadonor

Een spermadonor is geen verwekker in de zin van de wet. Hij doneert alleen zijn zaad en het kind is niet op natuurlijke wijze verwekt.

Twee juridische ouders

Wanneer een kind al twee juridische ouders heeft, omdat een kind uit een slippertje is geboren tijdens een huwelijk, dan hoeft de verwekker in beginsel geen kinderalimentatie te betalen. Dit kan overigens wel anders zijn wanneer de juridische ouders niet volledig in de kosten van het kind kunnen voorzien.

Kleding, alimentatie en omgangsregeling

Het is één van de grootste ergenissen van gescheiden ouders, het meegeven van kleding van de kinderen in het kader van een omgangsregeling. Regelmatig komt het voor dat er tussen gescheiden ouders met kinderen discussie bestaat over het meegeven van kleding. Moeder geeft kleren mee en stoort zich eraan dat deze na het weekend niet meer terugkomen. Zij besluit om voortaan maar geen kleding meer mee te geven. Vader moet zelf een garderobe voor de kinderen aanschaffen en houdt daarom kosten in op de alimentatie. Mag dat?

Na een scheiding wonen kinderen voornamelijk bij één van de ouders. Dit noemen we de verzorgende ouder. Er is veelal sprake van een omgangsregeling tussen de kinderen en de niet-verzorgende ouder. Beide ouders dienen bij te dragen in de kosten van de kinderen. Dit wordt berekend aan de hand van de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de ouders. In mijn blog ‘Hoe wordt kinderalimentatie berekend’ kunt u meer lezen over de berekening van kinderalimentatie. De niet-verzorgende ouder zal vervolgens een bijdrage in de kosten van de kinderen betalen aan de verzorgende ouder.

Vaak bestaat er discussie tussen de ouders welke kosten door de kinderalimentatie worden gedekt. De kosten van de kinderen kunnen worden onderscheiden in zg. verblijfsoverstijgende kosten en verblijfskosten.

Verblijfsoverstijgende kosten

Uitgangspunt is dat de verzorgende ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft alle kosten, met uitzondering van de kosten die samenhangen met het verblijf bij de andere ouder, voor zijn/haar rekening dient te nemen. Deze kosten worden de kindgebonden verblijfsoverstijgende kosten genoemd.

Het betreft in ieder geval de ‘vaste lasten’ die voor een kind worden voldaan ongeacht waar het kind verblijft, zoals schoolkosten, contributie voor sport en dergelijke. Kosten voor kleding, schoenen en fiets zijn weliswaar variabele lasten, maar er wordt vanuit gegaan dat ook deze kosten dienen te worden beschouwd als kindgebonden vaste lasten.

Verblijfskosten

Naast de verblijfsoverstijgende kosten worden er ten behoeve van kinderen nog zg. verblijfskosten gemaakt door de niet-verzorgende ouder. Hierbij kan bijvoorveeld gedacht worden aan de kosten van eten, drinken en verbruik van water en stroom. Maar ook de kosten van vakanties, uitjes, vervoerskosten en dergelijke vallen hieronder. Bij het berekenen van de draagkracht van de niet-verzorgende ouder wordt met deze kosten rekening gehouden in de vorm van een zorgkorting. De gedachte hierachter is dat de feitelijke zorgverdeling er toe leidt dat de verzorgende ouder voor een deel niet in de behoefte van het kind hoeft te voorzien, omdat de andere ouder daar in natura in voorziet in de periode dat het kind bij hem/haar verblijft.

Kleding en omgang

Zoals hiervoor is aangegeven, dient de verzorgende ouder alle kosten van de kinderen te voldoen. Indirect komen de kosten van kleding voor de kinderen voor rekening van beide ouders. De niet-verzorgende ouder betaalt zijn/haar bijdrage daarin immers door middel van kinderalimentatie.

De wet zegt overigens niets over het meegeven van kleding in het kader van de omgangsregeling. Wel zijn beide ouders volgens de wet verplicht om hun kinderen te verzorgen. Daar hoort ook bij dat beide ouders ervoor dienen te zorgen dat hun kinderen fatsoenlijk gekleed zijn.

Soms ziet de discussie van de ouders zich op de kleren die een kind meekrijgt. De kleding is versleten, te klein, of gewoon niet mooi genoeg. Wil de niet-verzorgende ouder dat de kinderen bij hem/haar thuis in andere kleding rondlopen, dan komt dit voor eigen kosten. Er mogen dan dus niet bedragen op de kinderalimentatie worden ingehouden. Dat laatste mag uiteraard wel als de ouders hierover afspraken hebben gemaakt in hun ouderschapsplan. Houdt u er wel rekening mee dat het voor kinderen heel verwarrend kan zijn om bij zijn ouders van kleding te moeten wisselen?

Blijf als ouders dus vooral denken in het belang van uw kinderen!

Hoe verloopt een procedure bij de familierechter?

Ik krijg vaak de vraag hoe procedures in zijn werk gaan. Daarom bespreek ik in deze blog het verloop van een procedure bij de familierechter. Een familierechter behandelt zaken op het gebied van familiebetrekkingen, zoals echtscheidingen en omgangsregelingen.

stap 1: verzoek

Iedere procedure begint met het indienen van een schriftelijk verzoek bij de rechtbank. Het verzoekschrift moet door een advocaat worden ingediend. Hierop zijn twee uitzonderingen, te weten de eigen rechtsingang van een kind en een verzoek vervangende toestemming voor de aanvraag van een reisdocument.

De partij die het verzoek heeft ingediend, noemen we ‘de verzoeker’.

De rechtbank rekent administratiekosten voor het in behandeling nemen van het verzoek. Deze kosten noemen we griffierecht. Iemand die voor gesubsidieerde rechtsbijstand, een zg. toevoeging, in aanmerking komt, betaalt een lager griffierecht dan iemand dan die daarvoor niet in aanmerking komt. Het volledige griffierecht bedraagt op dit moment € 304,00. Voor iemand met een toevoeging bedraagt het griffierecht € 83,00.

stap 2: verweer

De partij die het verzoek niet heeft ingediend, mag daartegen verweer voeren. Deze partij noemen we ‘de verweerder’. Een verweer is een reactie, waarin de verweerder aangeeft waarom deze het niet is met het verzoek. Een verweer kan schriftelijk worden ingediend, maar mag soms ook mondeling worden gedaan. Doorgaans is de verweerder ook griffierecht verschuldigd.

In de meeste procedures zal de rechtbank de verweerder in de gelegenheid stellen om schriftelijk verweer te voeren. Voor het indienen van stukken bij de rechtbank en dus ook een verweerschrift, is een advocaat nodig.

In andere zaken, zoals bijvoorbeeld omgangskwesties, zal de rechtbank geen termijn voor verweer geven, maar wordt er een datum voor een mondelinge behandeling bepaald. Hoewel er geen verweertermijn wordt gegeven, mag er wel een verweerschrift worden ingediend. De rechter stelt dit vaak op prijs, omdat dan voor de zitting alle standpunten bekend zijn. Voor het indienen van een verweerschrift is een advocaat nodig. Bij omgangskwesties kan ook tijdens de mondelinge behandeling – zonder advocaat – mondeling verweer gevoerd worden.

In een verweerschrift kan ook een tegenverzoek worden gedaan. Dit is een zelfstandig verzoek in reactie op het verzoek dat de verzoeker heeft gedaan. U kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan de volgende situatie: de verzoeker heeft een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling van een weekend per veertien dagen gedaan, maar heeft ten aanzien van de verdeling van de vakanties niets in het verzoek opgenomen. De verweerder kan dan bij wijze van zelfstandig verzoek aan de rechter vragen om ook een omgangsregeling vast te stellen tijdens de vakanties.

Als er geen verweer wordt gevoerd, zal de rechter het verzoek van de verzoeker toewijzen. Is er wel verweer gevoerd? Dan bepaalt de rechter een datum voor een zitting.

stap 3: de zitting

Partijen en/of hun advocaten krijgen een oproepingsbrief om (gelijktijdig) op de rechtbank te verschijnen. Hierin staan de datum, tijdstip en de locatie van de zitting vermeld. Als één van de partijen of advocaten verhinderd is, kan de rechtbank een andere zittingsdatum bepalen.

Soms dienen voor de zitting nog nadere stukken toegestuurd te worden, bijvoorbeeld in alimentatieprocedures. Hiervoor gelden termijnen, waarbinnen de stukken door de rechtbank dienen te zijn ontvangen.

Op de dag van de zitting moeten partijen op tijd bij de rechtbank verschijen. Bij binnenkomst moeten zij zich melden bij de portier. Het kan zijn dat gevraagd wordt om een legitimatiebewijs en/of de oproepingsbrief voor de mondelinge behandeling te tonen. Vervolgens vindt er een veiligheidscontrole plaats. Totdat de zitting begint, kunnen partijen wachten in een wachtruimte. De bode kondigt het begin van de zitting aan. De zitting is niet openbaar. Dit betekent dat er geen andere mensen mee naar binnen mogen in de zittingszaal.

In de zittingszaal zijn een rechter en een griffier aanwezig. De griffier maakt aantekeningen voor de rechter. Als het gaat om een zaak waar kinderen bij betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld een omgangskwestie, dan zal er ook een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig zijn. De medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming geeft tijdens de zitting advies aan de rechter. Als er een uitgebreider advies nodig is, zal de rechter de Raad voor de Kinderbescherming opdracht kunnen geven om een schriftelijk advies uit te brengen.

Over het algemeen zal de rechter de advocaat van de verzoeker eerst de gelegenheid geven om het verzoek toe te lichten. Daarna mag de avocaat van de verweerder reageren. Vervolgens zal de rechter vragen stellen aan de advocaten en/of partijen zelf. Nadat de rechter vragen heeft gesteld, mogen de advocaten ieder nog één keer reageren. Voordat de rechter de behandeling ter zitting sluit, mogen partijen nog iets zeggen als ze dat willen. Dit noemen we het laatste woord.

stap 4: de uitspraak

De meeste rechters doen niet meteen tijdens de mondelinge behandeling uitspraak. Aan het einde van de zitting geeft de rechter aan wanneer de uitspraak, de beschikking, wordt verwacht. Meestal is dat op een termijn van uiterlijk 4 weken. Soms is de beschikking dan nog niet gereed en wordt deze aangehouden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ziekte of onderbezetting tijdens vakanties. De exacte reden van de aanhouding van een beschikking is meestal niet bij een advocaat bekend.

De meeste rechtbanken hanteren vaste dagen waarop beschikking worden afgegeven. Door de rechtbank in Assen worden beschikkingen bijna altijd op een woensdag afgegeven.

Wanneer de beschikking gereed is, wordt deze per post aan de advocaat toegezonden. De advocaat stuurt de uitspraak vervolgens weer door aan de cliënt. Omdat de uitspraak per post wordt toegezonden, is de inhoud (vaak) nog niet bekend op de dag dat de uitspraak verwacht wordt.

Wat kan ik doen als de alimentatie niet betaald wordt?

Er kunnen veel problemen ontstaan over alimentatiebetalingen. De wettelijke indexering wordt bijvoorbeeld niet betaald of er ontstaat een ruzie over de hoogte van de verplichting. Voor de alimentatiegerechtigde kan het vervelende financiële gevolgen hebben als de alimentatie niet (volledig) wordt betaald. In dit artikel zal ik bespreken welke mogelijkheden er zijn om achterstallige alimentatie te incasseren.

Allereerst dient er onderscheid gemaakt te worden tussen alimentatie afspraken die door de rechter zijn vastgelegd en afspraken die niet door rechter zijn vastgelegd. Ik zal beginnen met de laatste situatie.

De alimentatie is niet door de Rechtbank vastgelegd.

Is de alimentatieverplichting onderling afgesproken in bijvoorbeeld een echtscheidingsconvenant of ouderschapsplan, maar is niet gevraagd om deze afspraken in een beschikking van de Rechtbank te laten vastleggen? Dan dient de Rechtbank alsnog de hoogte van de alimentatieverplichting vast te stellen. Een advocaat zal dan een verzoekschrift bij de Rechtbank moeten indienen om de alimentatie alsnog te laten vastleggen.

De alimentatie is door de Rechtbank in een beschikking opgenomen.

In dat geval is het mogelijk om de achterstallige alimentatie te incasseren via bijvoorbeeld het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Het LBIO kan gratis worden ingeschakeld door de alimentatiegerechtigde. Daarentegen dient de alimentatiebetaler een opslag te betalen. Het LBIO kan alleen vorderingen incasseren die niet ouder zijn dan 6 maanden.

Zijn de achterstanden ouder dan 6 maanden? Dan kan er een deurwaarder worden ingeschakeld of het Nationaal Loket Alimentatie Inning. Het NLAI werkt op basis van no cure no pay. Er worden geen kosten in rekening worden gebracht als er geen resultaat is behaald.

Om de alimentatie te kunnen laten incasseren is de originele beschikking van de Rechtbank nodig. Op deze beschikking staat een stempel met de woorden ‘in naam van de Koning’. Dit wordt de zg. grosse genoemd. Het LBIO, een deurwaarder of het NLAI zal u vragen deze grosse toe te sturen. Het is daarom belangrijk om de grosse goed te bewaren.

Verjaring

Het is dus mogelijk om achterstallige alimentatie te incasseren, maar dit kan niet oneindig. Voor alimentatiebetalingen geldt een verjaringstermijn van 5 jaar. Dit betekent dat achterstanden ouder dan 5 jaar niet meer kunnen worden geincasseerd. Maar, als de ex-partner binnen deze 5 jaar schriftelijk is aangemaand om te betalen, dan wordt de verjaring gestuit. Vanaf dat moment gaat er een nieuwe verjaringstermijn van 5 jaar lopen.

Mocht er sprake zijn van een achterstand in alimentatiebetalingen, dan is het als alimentatiegerechtigde verstandig om de ex-partner daar ieder jaar schriftelijk op te wijzen en te vragen om de achterstand te voldoen. Op deze manier gaat de verjaringstermijn telkens opnieuw lopen. Uiteraard dient u dan wel te kunnen aantonen dat u daadwerkelijk een herinnering heeft verstuurd.

5 vragen over de wettelijke indexering van alimentatie

Wettelijke indexering is een term die regelmatig wordt gebruikt als het over alimentatie gaat. Maar wat is dit nu precies? In deze blog 5 vragen over wettelijke indexering.

1. – Wat is de wettelijke indexering?

Indexering van de alimentatie is het jaarlijks verhogen van de alimentatie.

2. – Waarom vindt indexering van de alimentatie plaats?

De meeste mensen ontvangen per 1 januari een loonsverhoging. De kosten van levensonderhoud worden daarnaast steeds duurder. Om ervoor te zorgen dat de alimentatie hiermee gelijk blijft lopen, wordt de alimentatie verhoogd. Dit geldt voor zowel de kinder- als de partneralimentatie.

3. – Hoe hoog is de wettelijke indexering?

De hoogte van de indexering is ieder jaar anders. Het percentage van de stijging is afhankelijk van het zg. loonindexcijfer. Het loonindexcijfer wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vastgesteld. Op de website van o.a. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen is een overzicht van de percentages over de afgelopen jaren te vinden.

4. – Is de wettelijke indexering verplicht?

De term wettelijke indexering zegt het eigenlijk al, de indexering is gebaseerd op de wet. De indexering geldt van rechtswege, tenzij deze schriftelijk is uitgesloten. Dit betekent dat de wettelijke indexering ook geldt als partijen daar niets over hebben afgesproken. Ook als het loon van de alimentatiebetaler gelijk is gebleven, dient deze de indexering te betalen.

Zoals hiervoor is aangegeven, kan de indexering in onderling overleg schriftelijk worden uitgesloten. Dit kan bijvoorbeeld in een convenant of ouderschapsplan. Het is ook mogelijk om de rechter te vragen de indexering uit te sluiten. De alimentatiebetaler zal dan moeten aantonen dat deze een inkomen heeft dat niet zal stijgen.

5. – Wat te doen als de wettelijke indexering niet wordt betaald?

Als de indexering niet wordt betaald, is het mogelijk om deze te laten incasseren door bijvoorbeeld een deurwaarder. Voorwaarde is dan wel dat de alimentatie door de rechter in een beschikking is vastgelegd. In een ander artikel zal ik aandacht besteden aan de mogelijkheden van het incasseren van een alimentatie.

Gescheiden ouders en de corona crisis

De afgelopen periode zijn er diverse maatregelen getroffen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Scholen zijn gesloten, maar ook attractieparken en horeca. Geadviseerd wordt om zoveel mogelijk thuis te werken. Sommige mensen hebben helemaal geen inkomsten meer, omdat zij hun werk simpelweg niet meer kunnen uitvoeren. Voor iedereen is er sprake van een onzekere situatie.

Veel gescheiden ouders hebben in deze periode vragen over de omgangsregeling. Moet deze tijdens de corona crisis worden nagekomen? Andere ouders hebben zorgen over de alimentatie, omdat zij bijvoorbeeld als ZZP-er tijdelijk geen inkomsten hebben.

Omgang

Sommige ouders houden hun kinderen in verband met besmettingsgevaar binnen. Het coronavirus is echter geen reden om de kinderen bij de andere ouder weg te houden. Voor kinderen is er al veel veranderd, omdat zij niet naar school kunnen gaan en thuis les krijgen. Het is belangrijk dat zij wel contact met de andere ouder kunnen houden.

Als één van de ouders gezondheidsklachten heeft, kan dit uiteraard wel aanleiding zijn om af te wijken van de gebruikelijke omgangsregeling. In dat geval is het verstandig om in onderling overleg afspraken te maken. Ten aanzien van zieke kinderen geldt: volg het advies van de (huis)arts en vraag of het verstandig is het kind naar de andere ouder te laten gaan.

Woont één van de ouders over de grens, bijvoorbeeld in Duitsland, dan wordt de situatie iets ingewikkelder. In dat geval dient rekening te worden gehouden met de maatregelen in beide landen. Op dit moment raadt het RIVM Nederlanders af om naar het buitenland te reizen, tenzij dit echt noodzakelijk is. De vraag kan rijzen of het nakomen van de omgangsregeling noodzakelijk is. Hierop hebben wij helaas ook geen pasklaar antwoord. Blijf daarom met elkaar in overleg. (Update: Inmiddels is duidelijk geworden dat reizen tussen België en Nederland in verband met co-ouderschap wel is toegestaan.)

Voorlopig is er in Nederland sprake van een zg. ‘intelligente lockdown’. Maar wat nu als er toch een complete lockdown wordt afgekondigd? Bij een complete lockdown mogen mensen zonder goede reden niet over straat. Boodschappen doen, mag uiteraard wel. De kans is aanwezig dat de kinderen dan niet van de ene naar de andere ouder gebracht mogen worden. Hoe hier mee omgegaan zal worden, is op dit moment nog niet te zeggen.

Alimentatie

Ook over alimentatieverplichtingen zijn vragen. Sommige ZZP-ers kunnen hun werkzaamheden niet meer uitvoeren. Mensen met nul uren contracten worden niet meer opgeroepen. Werknemers met tijdelijke contracten krijgen geen contractverlenging. Duidelijk is dat deze crisis de meeste mensen in de portemonnee raakt. Dit heeft uiteraard ook consequenties voor de alimentatie. Als er minder inkomen is, is er minder ruimte om alimentatie te kunnen betalen.

Ook met de huidige crisis dient de afgesproken of door de rechter bepaalde alimentatie in beginsel te worden betaald. Ook als het inkomen (tijdelijk) lager is. Wordt de alimentatie zonder enig overleg niet betaald? Dan kan de alimentatieontvanger contact opnemen met het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO) om de alimentatie te laten incasseren. Voor de alimentatieontvanger is dit gratis. De alimentatieplichtige betaalt de kosten van de inning.

Vooralsnog gaan we er vanuit dat de huidige situatie tijdelijk zal zijn. Daarnaast heeft het kabinet voor diverse groepen mensen inkomensregelingen aangekondigd.

Mocht de situatie van lagere inkomsten veel langer duren, dan is er sprake van relevante wijziging in omstandigheden. In een dergelijk geval is het normaal gesproken mogelijk om wijziging van de alimentatie te verzoeken. Maar, de rechtbanken zijn op dit moment ook gesloten. Advocaten zijn daarnaast opgeroepen om zo min mogelijk nieuwe procedures te starten. Het is onduidelijk hoelang deze situatie zal duren. Een procedure is dus niet de oplossing!

Zijn er door de corona crisis problemen met de betaling van de alimentatie, neem dan contact met de ex-partner op om afspraken te maken. Zo kan er in onderling overleg worden afgesproken dat de alimentatie tijdelijk wordt verlaagd. Leg deze afspraken dan wel schriftelijk vast.

Kortom in deze bijzondere situatie is het als gescheiden ouders van belang om nog meer dan anders met elkaar in gesprek te blijven in het belang van de kinderen.

Wijzigingen partneralimentatie per 1 januari 2020

Heeft u of uw ex-partner na de echtscheiding niet genoeg inkomen? Dan kan worden vastgelegd dat de meestverdienende partner moet bijdragen in de kosten van levensonderhoud van de minstverdienende partner. Dit heet partneralimentatie.

De hoogte van de alimentatie kan in onderling overleg worden afgesproken. Als de ex-partners het niet eens kunnen worden over de hoogte van de bijdrage, dan kan de rechter de hoogte daarvan vaststellen.

Bij het bepalen van de hoogte van de alimentatie wordt gekeken naar de behoefte van de minstverdienende partner, maar ook naar de draagkracht van de meestverdienende partner. De behoefte is het bedrag dat de alimentatiegerechtigde nodig heeft om in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. De draagkracht is het bedrag dat de alimentatieplichtige kan missen. Bij de berekening van de draagkracht wordt rekening wordt gehouden met het inkomen en de lasten van de alimentatieplichtige.

De alimentatiebetaler mag een deel van de alimentatie aftrekken van de belasting. Daarentegen betaalt de alimentatieontvanger belasting over het ontvangen bedrag. Per 1 januari a.s. wijzigt de hoogte van de belastingaftrek voor de alimentatiebetaler.

Wijzigingen per 1 januari 2020 – hoogte van de belastingaftrek

Op dit moment is partneralimentatie nog aftrekbaar tegen een tarief van maximaal 51,75%. De exacte aftrek is afhankelijk van de hoogte van het belastbaar inkomen. Met ingang van 1 januari a.s. wordt de aftrek geleidelijk afgebouwd naar 37,05% in 2023. Deze afbouw geldt voor alle alimentatieverplichtingen, dus ook voor in het verleden vastgestelde alimentatie bijdragen.

De afbouw ziet er als volgt uit:

  • 2020 (46%)
  • 2021 (43%)
  • 2022 (40%)
  • 2023 (37,05%)

Vooral de hogere (box 1) inkomens boven € 68.500,00 hebben minder belastingvoordeel door deze wijziging. De lagere en middeninkomens hebben weinig tot geen last van deze wijziging, omdat deze de alimentatie toch al niet tegen het maximale tarief konden aftrekken.

Ter illustratie een rekenvoorbeeld:

Wanneer een alimentatiebetaler € 1.000,00 per maand aan partneralimentatie betaalt, kost dit – na een aftrek van 51,75% – netto € 482,50. Met ingang van 2020 bedraagt de netto maandlast na een aftrek van 46% € 540,00. In 2023 wordt de netto maandlast € 629,50. Het verschil tussen 2019 en 2023 bedraagt dan € 147,00 per maand.

De netto maandlasten kunnen door deze gewijzigde aftrekbaarheid dus stijgen voor de alimentatiebetaler. Dit kan aanleiding zijn om verlaging van de partneralimentatie te verzoeken als de overige omstandigheden niet zijn gewijzigd. Omdat de Rechtbank doorgaans de datum indiening verzoekschrift als ingangsdatum hanteert, is het verstandig om tijdig actie te ondernemen als u wijziging van de partneralimentatie overweegt.

Duur van de partneralimentatie

Het maximaal aantal jaren dat er partneralimentatie moet worden betaald, is op dit moment 12 jaar. Deze termijn gaat veranderen. Per 1 januari 2020 wordt de maximale termijn 5 jaar. Meer over dit onderwerp kunt u lezen in mijn blog ‘Update wetsvoorstel partneralimentatie van 12 naar 5 jaar’. Deze wijziging geldt overigens enkel voor echtscheidingen die na 1 januari 2020 zijn aangevraagd. De wet heeft geen terugwerkende kracht. Voor echtscheidingen die voor 1 januari 2020 zijn aangevraagd, blijft dus de oude termijn van maximaal 12 jaar gelden.

Kinderalimentatie tijdens de zomervakantie

“Ik betaal maandelijks kinderalimentatie aan mijn ex. De komende drie weken van de vakantie verblijven de kinderen bij mij. We gaan op vakantie naar Frankrijk. Deze vakantie wordt door mij betaald. Kan ik de alimentatie verlagen in de periode dat de kinderen bij mij verblijven?”

Dit is een vraag die mij regelmatig rond de vakantieperiode wordt gesteld. Voordat ik een antwoord op deze vraag zal geven, zal ik eerst kort uitleggen hoe kinderalimentatie wordt berekend. Indien u een uitgebreidere toelichting op de berekening van kinderalimentatie wilt lezen, verwijs ik u naar mijn blog ‘hoe wordt kinderalimentatie berekend‘.

Kinderalimentatie wordt berekend aan de hand van de volgende drie stappen:

  • wat kosten de kinderen (behoefte)?
  • welk bedrag kunnen de ouders missen (draagkracht)?
  • hoe worden kosten van de kinderen over de ouders verdeeld?

Wat kosten de kinderen?

Als eerste dient de behoefte van de kinderen te worden vastgesteld. Dit gebeurt aan de hand van het inkomen dat de ouders samen hadden. Voor de vaststelling van de behoefte van kinderen is door het NIBUD een behoeftetabel ontwikkeld. In de tabel wordt rekening gehouden met (geschatte) kind uitgaven, zoals bijvoorbeeld kosten voor kleding, zakgeld, schoolkosten en lidmaatschappen. Maar ook met gezamenlijke kosten, zoals woonlasten, gas, water en licht. Deze kosten lopen ook door als de kinderen niet bij de verzorgende ouder verblijven. De totale jaarlijkse kosten worden omgerekend naar maandbedragen.

Wat kunnen de ouders missen?

Nadat de behoefte van de kinderen is vastgesteld, wordt bekeken welk bedrag de alimentatieplichtige maandelijks kan missen. Dit is de draagkracht. Er wordt ook rekening gehouden met de draagkracht van verzorgende ouder. Aan de hand van het inkomen en de lasten wordt de draagkracht vastgesteld. Hiervoor wordt een draagkrachttabel gebruikt.

Hoe worden de kosten verdeeld?

Daarna worden de behoefte van de kinderen en de draagkracht van beide ouders met elkaar vergeleken. De behoefte van de kinderen wordt naar rato van de draagkracht van beide ouders verdeeld. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de tijd die de kinderen bij de niet verzorgende ouder doorbrengen. Dit gebeurt in de vorm van een zorgkorting. De zorgkorting is afhankelijk van het aantal dagen dat een kind, inclusief de vakanties, bij de niet verzorgende ouder verblijft.

Dit betekent dus dat tijdens de vakantie(s) de kinderalimentatie gewoon doorbetaald moet worden.

Mijn kind wordt 18 jaar oud. Welke gevolgen heeft dit voor de alimentatie?

Veel ouders stoppen met het betalen van alimentatie als hun kind 18 jaar wordt, omdat er onterecht vanuit gegaan wordt dat de onderhoudsverplichting stopt als een kind meerderjarig wordt. Maar, in de wet is bepaald dat ouders onderhoudsplichtig zijn voor hun kinderen tot 21 jaar oud. Voor kinderen van 18 tot 21 jaar (jong meerderjarigen) bestaat die verplichting voor de kosten voor levensonderhoud en studie.

Mijn kind wordt 18 jaar oud. Welke gevolgen heeft dat voor de alimentatie?

Als er alimentatie is vastgesteld voordat het kind 18 jaar oud wordt, verandert er niets aan de hoogte van alimentatie. Wat wel verandert, is het feit dat de verzorgende ouder niet langer partij is. De jong meerderjarige mag zelf over de alimentatie beschikken. Als het kind nog thuis woont, wordt vaak afgesproken dat de alimentatie nog aan de verzorgende ouder betaald wordt.

Zoals hiervoor is aangegeven, verandert er in principe niets aan de hoogte van de alimentatie. Maar, vaak is het zo dat de alimentatie door hogere (studie)kosten niet langer toereikend is. De jong meerderjarige kan dan zelf afspraken over de hoogte van de bijdrage maken. Als een procedure nodig is, is het kind zelf procespartij.

Hoe wordt alimentatie voor kinderen ouder dan 18 jaar berekend?

Als er nog geen alimentatie is vastgesteld voordat het kind 18 jaar werd, dan kan dat alsnog gevraagd worden. Het rekensysteem dat wordt gebruikt bij de berekening van kinderalimentatie voor kinderen onder de 18 jaar oud, geldt niet voor kinderen ouder dan 18 jaar. (Voor meer informatie over de berekening van kinderalimentatie verwijs ik u naar mijn blog ‘hoe wordt kinderalimentatie berekend?‘.) Voor jong meerderjarigen wordt aansluiting gezocht bij de normen voor de studiefinanciering.

Aan de hand van de normen voor studiefinanciering wordt bekeken hoe hoog de maandelijkse uitgaven van de jong meerderjarige zijn om zo te bepalen wat de behoefte van het kind is. Bij de uitgaven kan gedacht worden aan: collegegeld, studiemateriaal, huur, premie zorgverzekering, telefoonkosten en boodschappen. Eventuele ontvangen huurtoeslag en zorgtoeslag worden als inkomen gezien. Als de jong meerderjarige aanspraak kan maken op een aanvullende beurs bij wijze van lening dan wordt dit niet als inkomen gezien. De lening zal immers weer terugbetaald moeten worden.

Met inkomsten uit een (klein) bijbaantje wordt bij de hoogte van de alimentatie geen rekening gehouden. Dit inkomen wordt als extraatje gezien. Bij de berekening van alimentatie kan wel rekening worden gehouden met structurele inkomsten. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer het kind 4 dagen per week werkt en 1 dag per week studeert.

Moet ik ook een bijdrage betalen als mijn kind niet studeert?

Voor de onderhoudsverplichting van ouders maakt het niet uit of het kind studeert of werkt. Wel zullen de kosten van een kind hoger zijn als het studeert.

Als een kind van 18 jaar of ouder besluit om te stoppen met school en fulltime gaat werken, kan het kind mogelijk zelf volledig in eigen levensonderhoud voorzien, waardoor er geen aanvullende behoefte meer bestaat die door de ouders betaald moet worden.

Als een kind gaat werken, is het niet verstandig om zomaar te stoppen met het betalen van alimentatie. Ik adviseer u in dat geval met uw kind te bespreken hoe hoog het inkomen is en welke uitgaven het kind heeft. Dekken de inkomsten de uitgaven, maak dan in onderling overleg afspraken over het beëindigen van de alimentatie. Komt u er onderling niet uit? Bespreek dan de mogelijkheden met een advocaat.

Update wetsvoorstel partneralimentatie van 12 naar 5 jaar

In juni 2018 schreef ik een blog over de voorgenomen herziening van de partneralimentatie. Dit was naar aanleiding van een op 11 juni 2018 ingediend wetsvoorstel tot aanpassing van de regels voor partneralimentatie. Het wetsvoorstel moest nog behandeld worden door de Tweede Kamer. Gisteren heeft een meerderheid van de Tweede Kamer besloten om de partneralimentatie terug te brengen van 12 jaar naar 5 jaar. Het voorstel zal ook nog door de Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd, voordat de wet kan worden ingevoerd. Wilt u meer weten hoe een wet tot stand komt? Leest u dan hier verder.

Wat staat er in de wet?

Hoofdregel: de duur van de partneralimentatie wordt de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar. De maximale duur van de partneralimentatie gaat daardoor van 12 naar 5 jaar. Wie dus 2 jaar getrouwd is, hoeft nog maar één jaar partneralimentatie te betalen aan de minstverdienende partner.

De duur van het huwelijk wordt berekend over de periode vanaf huwelijksdatum tot aan de datum waarop het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend. (Nu wordt de termijn berekend vanaf de huwelijksdatum tot aan de datum inschrijving van de echtscheiding in de registers van de Burgerlijke Stand.)

Op de hoofdregel zijn enkele uitzonderingen:

  • Voor echtgenoten met de zorg voor jonge kinderen, kan de partneralimentatie gelden tot het jongste kind 12 jaar is geworden;
  • Wie langer dan 15 jaar getrouwd is en waarbij de alimentatiegerechtigde binnen 10 jaar voor zijn/haar AOW leeftijd zit, kan de alimentatie tot 10 jaar duren;
  • Alimentatiegerechtigden boven de 50 jaar die langer dan 15 jaar getrouwd zijn, hebben 10 jaar recht op alimentatie. (Deze uitzondering vervalt 7 jaar na invoering van de wet);

De mogelijkheid voor de rechter om in schrijnende gevallen een langere termijn dan 5 jaar alimentatie toe te wijzen, blijft bestaan.

Wanneer gaat de wet in?

Zoals het nu lijkt, zal de wet ingaan op 1 januari 2020. De wet heeft geen terugwerkende kracht. De nieuwe wet zal gaan gelden voor alle verzoeken (tot echtscheiding), die worden ingediend na 1 januari 2020.

Wilt u zelf de stand van zaken in het wetsvoorstel volgen? Klik dan hier.