Categoriearchief: Gezag

Vijf vragen over de schriftelijke aanwijzing in het kader van een ondertoezichtstelling.

In mijn vorige blog heb ik aandacht besteed aan de ondertoezichtstelling. In deze blog zal ik dieper ingaan op de schriftelijke aanwijzing die een gezinsvoogd kan geven in het kader van een ondertoezichtstelling.

1. Wat is een schriftelijke aanwijzing?

Een schriftelijke aanwijzing is een brief van de gezinsvoogd met daarin een opdracht aan de gezaghebbende ouder(s) of het kind om iets wel of juist niet te doen. Er kan geen aanwijzing worden gegeven aan een ouder die niet met het gezag over het kind belast is.

2. Wanneer wordt een schriftelijke aanwijzing gegeven?

Een schriftelijke aanwijzing kan worden gegeven als de gezaghebbende ouders of het kind niet willen meewerken aan de adviezen van de gezinsvoogd. De aanwijzing moet worden nakomen.

In sommige gevallen wordt eerst een voornemen tot een schriftelijke aanwijzing gegeven. Hierop kan dan gereageerd worden. Ook biedt het de ouders en/of het kind de mogelijkheid om de opdracht alsnog uit te voeren.

Voordat een aanwijzing kan worden gegeven, zal de gezinsvoogd eerst moeten proberen om via overleg de ouders en/of het kind zover te krijgen dat wordt meegewerkt. Lukt dat niet? Dan pas mag een schriftelijke aanwijzing worden gegeven. De schriftelijke aanwijzing is dus bedoeld als uiterste middel.

3. Waarover kan een aanwijzing worden gegeven?

De aanwijzing moet in het belang van het kind zijn en zal doorgaans te maken hebben met de verzorging en opvoeding van het kind. De aanwijzing kan bijvoorbeeld een opdracht zijn om hulpverlening te accepteren. Ook kan de aanwijzing zien op de uitvoering van een omgangsregeling.

4. Welke mogelijkheden heeft de gezinsvoogd als de aanwijzing niet wordt opgevolgd?

Wanneer de gezaghebbende ouders de aanwijzing niet opvolgen, dan kan de gezinsvoogd de kinderrechter verzoeken de aanwijzing alsnog op te volgen. Hieraan kan bijvoorbeeld een dwangsom worden verbonden.

Het niet meewerken aan een schriftelijke aanwijzing zal gevolgen kunnen hebben voor de (verlenging van de) ondertoezichtstelling.

5. Wat kunnen de ouders doen als zij het niet eens zijn met de aanwijzing?

Als de ouders het niet eens zijn met een aanwijzing, kunnen zij binnen twee weken aan de kinderrechter verzoeken om de aanwijzing vervallen te laten verklaren. Hiervoor is geen advocaat nodig. De kinderrechter zal dan bekijken of de beslissing van de gezinsvoogd voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en goed gemotiveerd is. Ook wordt onderzocht of met alle belangen rekening is gehouden.

De aanwijzing blijft gelden totdat de rechter een beslissing heeft genomen.

Als een aanwijzing al langere tijd geldt en de situatie wijzigt, dan kan ook aan de gezinsvoogd verzocht worden om de aanwijzing aan te passen of in te trekken. De gezinsvoogd moet dan binnen 2 weken een beslissing nemen. Als dit wordt afgewezen, is het mogelijk beroep bij de kinderrechter in te stellen.

Corona en vervangende toestemming voor vaccinaties

Als alles meezit, worden begin 2021 de eerste mensen in Nederland ingeënt tegen het coronavirus. Toch zijn er ook nog veel onduidelijkheden. Eerst moeten de coronavaccins worden goedgekeurd en toegelaten in Europa. Dan is nog de vraag hoeveel vaccins geleverd kunnen worden én of zij voor alle doelgroepen geschikt zijn. Er is bijvoorbeeld nog meer onderzoek nodig naar de werking en veiligheid van een vaccin bij kinderen. De meningen over het wel of niet vaccineren zijn behoorlijk verdeeld.

Bij het lezen van reacties onder nieuwsberichten over corona valt op dat mensen corona moe zijn en/of vinden dat het kabinet mensen juist onnodig bang maakt. Ook geven veel mensen aan zich niet te zullen laten vaccineren, omdat zij van mening zijn dat de vaccinaties juist bedoeld zijn om mensen ziek te maken. De discussie wel of niet vaccineren zal zich ongetwijfeld ook bij (gescheiden) ouders voordoen.

Wat nu als er een geschikt coronavaccin beschikbaar komt voor kinderen en ouders kunnen het niet eens worden over het vaccineren van hun kind(eren)?

Bij de beantwoording van die vraag is het belangrijk om te weten wie het gezag heeft. Heeft slechts één van de ouders het gezag, dan mag die ouder de beslissing nemen. Als de ouders samen het gezag hebben, moeten de ouders samen beslissen. Lukt dat niet? In dat geval is het mogelijk om vervangende toestemming aan de Rechtbank te verzoeken. Als de rechter het verzoek toewijst, wordt de toestemming van de andere ouder vervangen door de beslissing van de rechter.

Het vragen van vervangende toestemming kan overigens niet alleen bij geschillen over coronavaccinaties, maar voor alle zg. gezagsgeschillen. Een gezagsgeschil is een geschil waarbij de ouders het niet eens kunnen worden over een belangrijke beslissing aangaande hun kind(eren). Een dergelijk geschil kan bijvoorbeeld gaan over een schoolkeuze, maar ook over de deelname aan het rijksvaccinatieprogramma. Het gaat bij dergelijke zaken altijd om een belangenafweging. Het belang van het kind is daarbij doorslaggevend.

Ten aanzien van het rijksvaccinatieprogramma is bijvoorbeeld in meerdere rechterlijke uitspraken overwogen dat dit tot doel heeft om jonge kinderen te beschermen tegen schadelijke ziekten. Daarbij wordt tevens overwogen dat het een feit van algemene bekendheid is dat het gevoerde overheidsbeleid door medici breed wordt gedragen en dat het overgrote deel van de bevolking dit overheidsbeleid steunt en kinderen daaraan laat deelnemen. Daaraan doet niet af dat er ook deskundigen zijn die daar kritisch tegenover staan. Het rijksvaccinatieprogramma wordt daarom in het belang van een kind geacht.

Over het algemeen weegt het belang van een ouder om een kind te laten vaccineren dan ook zwaarder dan het belang van de andere ouder, die het kind niet wenst te laten vaccineren. Dit zal ongetwijfeld ook voor het coronavaccin gaan gelden.

Hoe verloopt een procedure bij de familierechter?

Ik krijg vaak de vraag hoe procedures in zijn werk gaan. Daarom bespreek ik in deze blog het verloop van een procedure bij de familierechter. Een familierechter behandelt zaken op het gebied van familiebetrekkingen, zoals echtscheidingen en omgangsregelingen.

stap 1: verzoek

Iedere procedure begint met het indienen van een schriftelijk verzoek bij de rechtbank. Het verzoekschrift moet door een advocaat worden ingediend. Hierop zijn twee uitzonderingen, te weten de eigen rechtsingang van een kind en een verzoek vervangende toestemming voor de aanvraag van een reisdocument.

De partij die het verzoek heeft ingediend, noemen we ‘de verzoeker’.

De rechtbank rekent administratiekosten voor het in behandeling nemen van het verzoek. Deze kosten noemen we griffierecht. Iemand die voor gesubsidieerde rechtsbijstand, een zg. toevoeging, in aanmerking komt, betaalt een lager griffierecht dan iemand dan die daarvoor niet in aanmerking komt. Het volledige griffierecht bedraagt op dit moment € 304,00. Voor iemand met een toevoeging bedraagt het griffierecht € 83,00.

stap 2: verweer

De partij die het verzoek niet heeft ingediend, mag daartegen verweer voeren. Deze partij noemen we ‘de verweerder’. Een verweer is een reactie, waarin de verweerder aangeeft waarom deze het niet is met het verzoek. Een verweer kan schriftelijk worden ingediend, maar mag soms ook mondeling worden gedaan. Doorgaans is de verweerder ook griffierecht verschuldigd.

In de meeste procedures zal de rechtbank de verweerder in de gelegenheid stellen om schriftelijk verweer te voeren. Voor het indienen van stukken bij de rechtbank en dus ook een verweerschrift, is een advocaat nodig.

In andere zaken, zoals bijvoorbeeld omgangskwesties, zal de rechtbank geen termijn voor verweer geven, maar wordt er een datum voor een mondelinge behandeling bepaald. Hoewel er geen verweertermijn wordt gegeven, mag er wel een verweerschrift worden ingediend. De rechter stelt dit vaak op prijs, omdat dan voor de zitting alle standpunten bekend zijn. Voor het indienen van een verweerschrift is een advocaat nodig. Bij omgangskwesties kan ook tijdens de mondelinge behandeling – zonder advocaat – mondeling verweer gevoerd worden.

In een verweerschrift kan ook een tegenverzoek worden gedaan. Dit is een zelfstandig verzoek in reactie op het verzoek dat de verzoeker heeft gedaan. U kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan de volgende situatie: de verzoeker heeft een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling van een weekend per veertien dagen gedaan, maar heeft ten aanzien van de verdeling van de vakanties niets in het verzoek opgenomen. De verweerder kan dan bij wijze van zelfstandig verzoek aan de rechter vragen om ook een omgangsregeling vast te stellen tijdens de vakanties.

Als er geen verweer wordt gevoerd, zal de rechter het verzoek van de verzoeker toewijzen. Is er wel verweer gevoerd? Dan bepaalt de rechter een datum voor een zitting.

stap 3: de zitting

Partijen en/of hun advocaten krijgen een oproepingsbrief om (gelijktijdig) op de rechtbank te verschijnen. Hierin staan de datum, tijdstip en de locatie van de zitting vermeld. Als één van de partijen of advocaten verhinderd is, kan de rechtbank een andere zittingsdatum bepalen.

Soms dienen voor de zitting nog nadere stukken toegestuurd te worden, bijvoorbeeld in alimentatieprocedures. Hiervoor gelden termijnen, waarbinnen de stukken door de rechtbank dienen te zijn ontvangen.

Op de dag van de zitting moeten partijen op tijd bij de rechtbank verschijen. Bij binnenkomst moeten zij zich melden bij de portier. Het kan zijn dat gevraagd wordt om een legitimatiebewijs en/of de oproepingsbrief voor de mondelinge behandeling te tonen. Vervolgens vindt er een veiligheidscontrole plaats. Totdat de zitting begint, kunnen partijen wachten in een wachtruimte. De bode kondigt het begin van de zitting aan. De zitting is niet openbaar. Dit betekent dat er geen andere mensen mee naar binnen mogen in de zittingszaal.

In de zittingszaal zijn een rechter en een griffier aanwezig. De griffier maakt aantekeningen voor de rechter. Als het gaat om een zaak waar kinderen bij betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld een omgangskwestie, dan zal er ook een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig zijn. De medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming geeft tijdens de zitting advies aan de rechter. Als er een uitgebreider advies nodig is, zal de rechter de Raad voor de Kinderbescherming opdracht kunnen geven om een schriftelijk advies uit te brengen.

Over het algemeen zal de rechter de advocaat van de verzoeker eerst de gelegenheid geven om het verzoek toe te lichten. Daarna mag de avocaat van de verweerder reageren. Vervolgens zal de rechter vragen stellen aan de advocaten en/of partijen zelf. Nadat de rechter vragen heeft gesteld, mogen de advocaten ieder nog één keer reageren. Voordat de rechter de behandeling ter zitting sluit, mogen partijen nog iets zeggen als ze dat willen. Dit noemen we het laatste woord.

stap 4: de uitspraak

De meeste rechters doen niet meteen tijdens de mondelinge behandeling uitspraak. Aan het einde van de zitting geeft de rechter aan wanneer de uitspraak, de beschikking, wordt verwacht. Meestal is dat op een termijn van uiterlijk 4 weken. Soms is de beschikking dan nog niet gereed en wordt deze aangehouden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ziekte of onderbezetting tijdens vakanties. De exacte reden van de aanhouding van een beschikking is meestal niet bij een advocaat bekend.

De meeste rechtbanken hanteren vaste dagen waarop beschikking worden afgegeven. Door de rechtbank in Assen worden beschikkingen bijna altijd op een woensdag afgegeven.

Wanneer de beschikking gereed is, wordt deze per post aan de advocaat toegezonden. De advocaat stuurt de uitspraak vervolgens weer door aan de cliënt. Omdat de uitspraak per post wordt toegezonden, is de inhoud (vaak) nog niet bekend op de dag dat de uitspraak verwacht wordt.

Paspoort kind aanvragen, maar ex-partner werkt niet mee.

Een paspoort of identiteitskaart is een reisdocument waarmee naar andere landen gereisd kan worden. Met een identiteitskaart kunnen de meeste Europese landen bezocht worden. Met een paspoort kunnen alle landen bezocht worden. Als een kind naar het buitenland reist, moet deze in het bezit zijn van een geldig reisdocument. Dit is ongeacht de leeftijd van het kind. Vanaf 14 jaar moeten kinderen zich kunnen identificeren.

Aanvraag paspoort of identiteitskaart kind

Een paspoort of identiteitskaart dient aangevraagd te worden bij de gemeente waar het kind staat ingeschreven. Kinderen vanaf 12 jaar mogen zelf een identiteitskaart aanvragen zonder toestemming van hun ouders. Vanaf 18 jaar mogen zij ook zelf een paspoort aanvragen.

Zolang er toestemming van de ouders nodig is voor het aanvragen van een reisdocument, moet in ieder geval één ouder mee naar de gemeente bij de aanvraag. Een kind moet zowel bij het aanvragen als het ophalen van het document aanwezig zijn, ongeacht de leeftijd.

Beide ouders met gezag moeten een toestemmingsformulier ondertekenen. Maar wat nu als de ouders zijn gescheiden en de andere ouder weigert toestemming te verlenen voor het aanvragen van een reisdocument?

Ex-partner geeft geen toestemming. Wat nu?

Indien uw ex-partner geen toestemming geeft voor de aanvraag van een reisdocument voor uw kind, dan kan de rechtbank verzocht worden om vervangende toestemming te verlenen. De rechter beslist dan of uw kind ook zonder het akkoord van uw ex-partner een reisdocument kan krijgen. Als de rechter het verzoek toewijst, kan met de uitspraak alsnog een reisdocument worden aangevraagd.

Het verzoek kan bij de rechtbank worden ingediend door een advocaat, maar dit is niet verplicht. In dit kader wijs ik erop dat de Raad voor Rechtsbijstand heeft besloten om binnenkort geen toevoegingen meer te verlenen meer voor dergelijke procedures.

De procedure vervangende toestemming kan enkele maanden duren. Begin dus ruim voor het boeken van een vakantie in het buitenland met het aanvragen van een reisdocument voor uw kinderen. In spoedeisende gevallen kan een kort geding procedure worden gestart. Hiervoor is wel een advocaat nodig.

Naamswijziging

Iedereen in Nederland heeft één of meer voornamen en een achternaam. Met onze naam onderscheiden we ons van andere mensen. Onze naam is onderdeel van onze identiteit.

Voornamen hebben vaak een speciale betekenis. Tot het einde van de middeleeuwen hadden mensen alleen een voornaam. Omdat veel mensen dezelfde voornaam hadden, was niet duidelijk wie er bedoeld werd. Vanaf dat moment werd er iets aan de naam toegevoegd, bijvoorbeeld ‘Janszoon’.

In 1811 verplichtte Napoleon iedereen om een achternaam te laten registreren. Mensen die nog geen achternaam hadden, moesten een naam kiezen. De verzonnen achternamen sloegen vaak op een beroep of de herkomst van de familie. De achternamen gingen vanaf dat moment over van vader op kind. Sinds 1998 kan bij de geboorte van een kind gekozen worden voor de naam van de moeder of de vader. Nederland telt inmiddels ruim 300.000 verschillende achternamen.

Maar wat nu als je niet blij bent met de naam die je is gegeven? Er kunnen verschillende redenen zijn om een naam te veranderen. Er dient een onderscheid gemaakt te worden in wijziging van de voornaam en wijziging van de achternaam. Laat ik beginnen met de laatste.

Wijziging achternaam

In sommige situaties is het mogelijk om een achternaam te wijzigen. Wijziging van een achternaam kan wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een fout geschreven naam. Of wanneer iemand een bespottelijke naam heeft, zoals bijvoorbeeld de naam ‘poepjes’. Verder is het mogelijk om de achternaam van een kind te wijzigen in de achternaam van de andere ouder. Voor wijziging van de achternaam van een kind is de toestemming van beide gezaghebbende ouders nodig. Er wordt altijd gevraagd naar de mening van de andere ouder. Ook als de andere ouder niet het gezag heeft. Meer informatie over naamswijziging van een minderjarig kind, vindt u hier.

Voor achternaamswijziging is geen advocaat nodig. Een aanvraag voor een wijziging moet worden ingediend bij Justis. Justis beslist namens de minister voor Rechtsbescherming of de achternaam mag worden gewijzigd. De kosten voor een achternaamswijziging bedragen € 835,00.

Wijziging voornaam

Voornamen gaan meestal een heel leven mee. Als een voornaam door omstandigheden niet (meer) passend is, kan dit aanleiding zijn om een naamswijziging aan te vragen. Een verzoek tot voornaamswijziging kan bijvoorbeeld ingediend worden wanneer er bij de aangifte van de geboorte een onjuiste of onvolledige naam is opgegeven. Ook kan wijziging worden verzocht als iemand psychisch lijdt onder zijn naam. Wijziging van een voornaam kan ook aan de orde zijn na een geslachtsverandering. Of wanneer iemand tot een ander geloof is bekeerd.

Om een voornaam te kunnen wijzigen, is een advocaat nodig. De aanvraag wordt door de advocaat bij de rechtbank ingediend. Voor de kosten van de behandeling van het verzoek is griffierecht verschuldigd. Het griffierecht bedraagt (maximaal) € 304,00. Verder betaalt u advocaatkosten.

De rechter gaat na of er een zwaarwegend persoonlijk belang aanwezig is voor wijziging van de naam. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen het belang dat iemand heeft om de voornaam te veranderen en het maatschappelijk belang dat is gediend bij een continue naamsvoering. De verzochte nieuwe voornaam mag daarnaast niet ongepast zijn.

Meer informatie over hoe één en ander bij de rechtbank in zijn werk gaat, leest u hier.

Wie zorgt er voor mijn kinderen na mijn overlijden?

In mijn vorige artikel heb ik uitgelegd wat het ouderlijk gezag inhoudt. Ook is in dat artikel het verschil tussen gezag en voogdij besproken. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag wie er voor de kinderen zorgt als één of beide ouders komt te overlijden.

Het hangt van de persoonlijke situatie af wie het gezag of de voogdij krijgt als een ouder overlijdt. Hieronder zijn de verschillende situaties beschreven:

Gezamenlijk ouderlijk gezag (twee ouders)

In deze situatie hebben twee ouders het gezamenlijk ouderlijk gezag. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de kinderen binnen een huwelijk geboren zijn. Als één van de ouders komt te overlijden, krijgt de andere ouder automatisch alleen het gezag.

Komen beide ouders te overlijden? Dan bepaalt de rechter wie de voogdij krijgt. Meestal is er wel iemand binnen de familie die de voogdij op zich wil nemen. Lukt dat niet? Dan zal de Raad voor de Kinderbescherming binnen de familie zoeken naar een geschikte voogd. Wil of kan niemand van de familie voor de kinderen zorgen? Dan wordt gekeken naar bekenden van de kinderen. Als dat geen optie is, gaat de voogdij naar een gezinsvoogdij-instelling. De kinderen worden dan in een pleeggezin geplaatst.

Het is ook mogelijk om van tevoren zelf een keuze voor een voogd te maken. Dit kan in een testament of via een aantekening in het gezagsregister. De aangewezen voogd hoeft pas na het overlijden te beslissen of de aanwijzing wordt aanvaard. Niemand kan tegen zijn zin voogd worden. Weigert de beoogde voogd? Dan zal de Raad voor de Kinderbescherming moeten zoeken naar een geschikte voogd.

Ouderlijk gezag (één ouder)

Hiervan is sprake wanneer slechts één ouder het gezag heeft. Deze situatie zal zich meestal voordoen als de ouders niet getrouwd zijn (geweest). In dat geval is alleen de moeder gezaghebbende ouder.

Als de gezaghebbende ouder komt te overlijden, bepaalt de rechter wie het gezag krijgt. Dit kan de andere ouder zijn of iemand anders. De andere ouder heeft de voorkeur, tenzij dit niet in het belang van het kind wordt geacht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn, wanneer er geen contact tussen de vader en het kind is geweest.

Heeft de gezaghebbende ouder een voogd aangewezen? Dan kan de andere ouder nog steeds een verzoek bij de rechter indienen om het gezag te krijgen.

Gezamenlijk gezag (ouder en niet-ouder)

Hiervan is sprake wanneer een ouder samen met een niet-ouder het gezag heeft. Overlijdt de niet-ouder, dan oefent de ouder alleen het gezag uit. Overlijdt de ouder? Dan krijgt de niet-ouder de voogdij. Als het kind nog een andere ouder heeft, dan kan deze ouder de rechter vragen om met het gezag belast te worden. Als dit verzoek wordt toegewezen, eindigt de voogdij van de niet-ouder.

Wat is het verschil tussen gezag en voogdij?

De wet zegt dat minderjarige kinderen onder gezag staan. Maar wat houdt dat nu precies in? Vaak worden de termen gezag en voogdij door elkaar gebruikt, maar er is een belangrijk verschil tussen deze twee. In dit artikel leest u meer over de verschillen.

Wat houdt het (ouderlijk) gezag in?

Het ouderlijk gezag omvat de plicht én het recht van een ouder om zijn minderjarige kind op te voeden en te verzorgen. Een ouder met gezag is dus:

  • verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding;
  • de wettelijke vertegenwoordiger van het kind;
  • verplicht om de kosten van onderhoud te betalen;
  • de beheerder van het geld en spullen van het kind;

Maximaal twee personen kunnen het gezag over een kind hebben. Meestal zijn dit de ouders.

Als de ouders van een kind getrouwd zijn, hebben de ouders samen het gezag. Dit wordt het ouderlijk gezag genoemd. Zijn de ouders niet getrouwd? Dan heeft alleen de moeder het gezag, tenzij de ouders in het gezagsregister hebben laten aantekenen dat ze het gezamenlijk gezag willen uitoefenen. Een ouder kan ook samen met een niet-ouder het gezag over een kind hebben. Dit wordt gezamenlijk gezag genoemd.

Als de ouders het gezag niet meer kunnen uitoefenen, moet iemand anders het gezag overnemen. Dit wordt voogdij genoemd.

Wat houdt voogdij in?

Voogdij is het uitoefenen van het gezag over een minderjarig kind, waarvan de voogd niet de ouder is. Er is pas sprake van een voogd, wanneer de ouders geen gezag meer hebben. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de ouders zijn overleden. De voogd heeft dezelfde verplichtingen als de ouders met gezag. Een voogd is dus ook verantwoordelijk is voor het opvoeden en verzorgen van het kind.

De voogd die we hier bedoelen, is een andere voogd dan een gezinsvoogd.

Wat is het verschil tussen een voogd en een gezinsvoogd?

Een gezinsvoogd wordt aangewezen, wanneer er sprake is van een ondertoezichtstelling. Een ondertoezichtstelling kan door de rechter worden uitgesproken wanneer een kind in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Een gezinsvoogd houdt toezicht op het kind. De gezinsvoogd begeleidt het kind en helpt ouders bij het oplossen van bijvoorbeeld opvoedingsproblemen. De ouders houden in dat geval het ouderlijk gezag, maar zij zijn wel verplicht om hulp van de gezinsvoogd te accepteren. De gezinsvoogd krijgt dus niet het gezag of de voogdij over het kind.

Kindgesprek en de informele rechtsingang

Kindgesprek

In zaken die een kind aangaan, zoals een echtscheiding of een omgangsregeling, worden kinderen ouder dan 12 jaar door de rechter in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit wordt het kindgesprek of het kinderverhoor genoemd.

De Rechtbank stuurt een brief en nodigt het kind uit om zijn mening te geven. Het kind mag vervolgens kiezen of het met de rechter in gesprek gaat, dan wel of het schriftelijk reageert. Tijdens het gesprek met de rechter kan het kind zijn mening geven zonder dat de ouders daarbij aanwezig zijn. Het kindgesprek duurt meestal 10-15 minuten.

De mening van het kind is overigens niet doorslaggevend. Zie over dit onderwerp ook mijn blog 5 misverstanden over omgang.

Minder bekend is dat kinderen ook zelf een verzoek bij de Rechtbank kunnen indienen. Dit wordt de informele rechtsingang genoemd.

Wat is de informele rechtsingang?

In zaken betreffende gezag, omgang en hoofdverblijf heeft een minderjarig kind een informele ingang tot de rechter. Een kind kan een brief aan de rechter sturen met daarin een verzoek over bijvoorbeeld de omgang. De rechter besluit of het verzoek in behandeling wordt genomen. Als het verzoek in behandeling wordt genomen, nodigt de rechter het kind uit voor een gesprek. Dit gesprek zal ongeveer hetzelfde verlopen als het kinderverhoor. Als het nodig is, wordt het verzoek van het kind met de ouders besproken. Daarna volgt een uitspraak. De rechter beslist in het belang van het kind.

In principe kunnen kinderen van alle leeftijden gebruik maken van de informele rechtsingang. Het kind moet wel in staat zijn om zijn eigen belangen op waarde te kunnen schatten. De rechter zal daarom tijdens het gesprek nagaan of een kind goed over het verzoek heeft nagedacht en of het werkelijk een verzoek van het kind zelf is. Verzoeken van zeer jonge kinderen zullen daarom vaak niet in behandeling worden genomen.

Wilt u of uw kind meer weten over het kindgesprek? Bekijk dan hier de informatie film over hoe een gesprek met de rechter in zijn werk gaat.

Met de kinderen op vakantie na scheiding

Zomervakantie, over twee maanden is het alweer zover. Gescheiden ouders doen er goed aan om tijdig afspraken over de vakantie te maken. Niet alleen over de wijze waarop de vakantie verdeeld moet worden, maar ook over andere praktische zaken.

Verdeling zomervakantie

De wijze waarop de zomervakantie tussen de ouders verdeeld dient te worden, kan problemen geven. Met name bij samengestelde gezinnen kan het lastig zijn om afspraken over de verdeling te maken, omdat er rekening gehouden moet worden met meerdere agenda’s. Daar komt soms bij dat één van de ouders gebonden is aan een verplichte bedrijfssluiting, zoals de bouwvak.

Als er in een ouderschapsplan geen duidelijke afspraken over de verdeling van vakanties zijn gemaakt, is het verstandig dit jaarlijks tijdig te bespreken. Bijvoorbeeld aan het begin van het schooljaar of rond de jaarwisseling. Als het niet lukt om de vakanties naar tevredenheid te verdelen, kan de rechter gevraagd te worden een beslissing te nemen. Een procedure heeft uiteraard niet de voorkeur, omdat daardoor de onderlinge verhoudingen op scherp gezet kunnen worden. Meestal wordt de verdeling praktisch opgelost door het ene jaar de voorkeur van de ene ouder te volgen en het jaar daarop van de andere ouder.

Kinderen zien op tegen de vakantie

Waar door de ouders minder vaak bij stil wordt gestaan, is dat de kinderen soms opzien tegen de vakantie. Uiteraard willen kinderen met beide ouders tijd doorbrengen. Maar, het kan zijn dat ze de andere ouder missen als ze drie weken op vakantie zijn. Er zijn ook kinderen die liever thuis willen blijven in de vakantie. Het klinkt misschien leuk om twee keer op vakantie te gaan, maar dit kan ook erg vermoeiend zijn. Stel, de kinderen zijn op vrijdag na twee dagen reizen met hun moeder vanuit Zuid Frankrijk terug gekomen. Vervolgens gaan ze op zaterdag met hun vader in de auto naar Italië. De kinderen zijn dan drie of vier dagen onderweg. Bespreek de vakantieplannen daarom ook met de andere ouder.

Toestemming van de andere ouder

Over het algemeen zijn ouders na een scheiding gezamenlijk met het ouderlijk gezag belast. Dit brengt met zich mee dat de andere ouder toestemming moet geven voor de reis van de kinderen. Als u op vakantie gaat met minderjarige kinderen, moet u  kunnen aantonen dat u toestemming heeft van de andere ouder met gezag. Hierop kan aan de grens worden gecontroleerd. In mijn blog ‘Een zonnig vakantieoord of een koude cel’ schreef ik over dit onderwerp.

Ook als er geen ouder in beeld is, is het verstandig om daarvan bewijzen mee op reis te nemen. Dit ondervond de mevrouw uit dit verhaal in levende lijve.

Meer informatie over het reizen met kinderen, vindt u op de website van de Rijksoverheid.

5 misverstanden over omgang

Over omgangsregelingen bestaan diverse misverstanden. In deze blog een top 5 van misverstanden over omgang.

1. Het kind heeft een beslissende stem 

Het is een groot misverstand dat de stem van het kind doorslaggevend is bij de omgangsregeling. Kinderen ouder dan 12 jaar worden door de kinderrechter gehoord worden. Zij krijgen een brief, waarbij ze worden uitgenodigd voor een gesprek met de rechter. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen worden gehoord, maar meestal gebeurt dit niet.

De verklaring van het kind wordt meegenomen in de besluitvorming, maar is niet doorslaggevend. Rechters willen namelijk niet dat een kind tussen beide ouders moet kiezen. Wel is het zo dat hoe ouder een kind is, hoe meer betekenis er aan de verklaring van het kind gehecht wordt. Meer over dit onderwerp kunt u lezen in deze blog.

2. Geen alimentatie = geen omgang 

Vaak wordt ten onrechte gedacht dat de omgangsregeling en de alimentatieverplichting na een scheiding aan elkaar gekoppeld zijn. Maar, alimentatie is geen voorwaarde voor omgang. Oftewel, alimentatie is geen kijkgeld. Ook als er geen alimentatie wordt betaald, bestaat er na een scheiding recht op omgang.

3. Alleen ouders hebben recht op omgang 

De ouders van een kind hebben recht op omgang, maar er zijn nog meer mensen die kunnen verzoeken om een omgangsregeling. Daarvoor is wel vereist dat er sprake is van een nauwe persoonlijke band en/of dat er in gezinsverband is samengewoond. Dit geldt bijvoorbeeld voor een stiefouder of grootouders. Lees ook mijn blog over omgang tussen grootouders en kleinkinderen.

4. De verzorgende ouder beslist

Ten onrechte wordt weleens gedacht dat de verzorgende ouder alle beslissingen over het kind mag nemen. Als er sprake is van gezamenlijk gezag dienen belangrijke beslissingen in het leven van een kind door de ouders gezamenlijk gemaakt te worden. Ook als de verzorgende ouder met het kind wil verhuizen, heeft deze de toestemming nodig van de andere gezaghebbende ouder. Een verhuizing kan namelijk gevolgen hebben voor de omgangsregeling. Een verzorgende ouder kan dus niet zomaar verhuizen. Meer over het onderwerp ‘verhuizen na scheiding’ leest u in deze blog.

5. Co-ouderschap en gezamenlijk gezag zijn hetzelfde

Ik krijg vaak mensen in mijn praktijk, die zeggen dat ze na de scheiding co-ouderschap willen. Als ik dan doorvraag wat ze daaronder verstaan, geven ze aan dat ze samen beslissingen over de kinderen willen blijven nemen en dat het de bedoeling is dat de niet verzorgende ouder de kinderen een weekend per veertien dagen ziet. Maar, dit is geen co-ouderschap. Co-ouderschap is een regeling waarbij de ouders de zorg over de kinderen bij helfte verdelen. Kortom, de kinderen verblijven bijvoorbeeld de ene week bij hun moeder en de andere week bij hun vader. Het recht om gezamenlijk beslissingen te nemen, vloeit voort uit het gezamenlijk gezag.