Vijf vragen over de schriftelijke aanwijzing in het kader van een ondertoezichtstelling.

In mijn vorige blog heb ik aandacht besteed aan de ondertoezichtstelling. In deze blog zal ik dieper ingaan op de schriftelijke aanwijzing die een gezinsvoogd kan geven in het kader van een ondertoezichtstelling.

1. Wat is een schriftelijke aanwijzing?

Een schriftelijke aanwijzing is een brief van de gezinsvoogd met daarin een opdracht aan de gezaghebbende ouder(s) of het kind om iets wel of juist niet te doen. Er kan geen aanwijzing worden gegeven aan een ouder die niet met het gezag over het kind belast is.

2. Wanneer wordt een schriftelijke aanwijzing gegeven?

Een schriftelijke aanwijzing kan worden gegeven als de gezaghebbende ouders of het kind niet willen meewerken aan de adviezen van de gezinsvoogd. De aanwijzing moet worden nakomen.

In sommige gevallen wordt eerst een voornemen tot een schriftelijke aanwijzing gegeven. Hierop kan dan gereageerd worden. Ook biedt het de ouders en/of het kind de mogelijkheid om de opdracht alsnog uit te voeren.

Voordat een aanwijzing kan worden gegeven, zal de gezinsvoogd eerst moeten proberen om via overleg de ouders en/of het kind zover te krijgen dat wordt meegewerkt. Lukt dat niet? Dan pas mag een schriftelijke aanwijzing worden gegeven. De schriftelijke aanwijzing is dus bedoeld als uiterste middel.

3. Waarover kan een aanwijzing worden gegeven?

De aanwijzing moet in het belang van het kind zijn en zal doorgaans te maken hebben met de verzorging en opvoeding van het kind. De aanwijzing kan bijvoorbeeld een opdracht zijn om hulpverlening te accepteren. Ook kan de aanwijzing zien op de uitvoering van een omgangsregeling.

4. Welke mogelijkheden heeft de gezinsvoogd als de aanwijzing niet wordt opgevolgd?

Wanneer de gezaghebbende ouders de aanwijzing niet opvolgen, dan kan de gezinsvoogd de kinderrechter verzoeken de aanwijzing alsnog op te volgen. Hieraan kan bijvoorbeeld een dwangsom worden verbonden.

Het niet meewerken aan een schriftelijke aanwijzing zal gevolgen kunnen hebben voor de (verlenging van de) ondertoezichtstelling.

5. Wat kunnen de ouders doen als zij het niet eens zijn met de aanwijzing?

Als de ouders het niet eens zijn met een aanwijzing, kunnen zij binnen twee weken aan de kinderrechter verzoeken om de aanwijzing vervallen te laten verklaren. Hiervoor is geen advocaat nodig. De kinderrechter zal dan bekijken of de beslissing van de gezinsvoogd voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en goed gemotiveerd is. Ook wordt onderzocht of met alle belangen rekening is gehouden.

De aanwijzing blijft gelden totdat de rechter een beslissing heeft genomen.

Als een aanwijzing al langere tijd geldt en de situatie wijzigt, dan kan ook aan de gezinsvoogd verzocht worden om de aanwijzing aan te passen of in te trekken. De gezinsvoogd moet dan binnen 2 weken een beslissing nemen. Als dit wordt afgewezen, is het mogelijk beroep bij de kinderrechter in te stellen.

Vijf vragen over een ondertoezichtstelling

1. Wat is een ondertoezichtstelling?

Een ondertoezichtstelling is een kinderbeschermingsmaatregel. Deze maatregel wordt ook wel ‘OTS’ genoemd. Als er zorgen zijn over een kind kan de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek starten. Als de Raad voor de Kinderbescherming naar aanleiding van het onderzoek van mening is dat de ontwikkeling van het kind in gevaar is, kan de Raad de kinderrechter verzoeken een OTS uit te spreken.

2. Wanneer volgt er een ondertoezichtstelling?

Een OTS kan door de rechter worden uitgesproken wanneer een kind zodanig opgroeit dat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de ouders de zorg die nodig is om die bedreiging op te heffen niet voldoende accepteren.

Voordat de rechter een OTS uitspreekt, zullen de belanghebbenden worden gehoord.

Is er spoed bij de ? Dan kan de rechter een voorlopige OTS uitspreken. Binnen 2 weken volgt dan een zitting, waarvoor de belanghebbenden alsnog worden opgeroepen om hun mening te geven.

3. Wie voert de ondertoezichtstelling uit?

Een ondertoezichtstelling wordt uitgevoerd door een gecertificeerde instelling. Er wordt een gezinsvoogd aangewezen, die samen met de ouders beslissingen neemt over het kind. De ouders houden het gezag. De gezinsvoogd geeft adviezen over de opvoeding en kan specifieke hulp inzetten.

De hulp in het kader van een ondertoezichstelling is verplicht. Er zal een hulpverleningsplan worden opgesteld, waaraan de ouders dienen mee te werken. Doen zij dat niet, dan kan de gezinsvoogd een zg. aanwijzing geven. Een aanwijzing is een opdracht die de ouders moeten opvolgen.

4. Hoe lang duurt een ondertoezichtstelling?

Een ondertoezichtstelling duurt maximaal één jaar. Als deze termijn bijna is verstreken, kan de gezinsvoogd de kinderrechter vragen om de ondertoezichtstelling te verlengen. De kinderrechter zal het verzoek dan opnieuw beoordelen. De belanghebbenden worden dan ook weer gehoord.

5. Wanneer eindigt een ondertoezichtstelling?

De OTS eindigt wanneer:

  • er niet om een verlenging is verzocht en de duur van de OTS is verstreken;
  • de kinderrechter de OTS tussentijds opheft, omdat de gronden voor de OTS niet langer bestaan;
  • het kind 18 jaar oud is geworden;

Stiefouderadoptie

Afgelopen week werd bekend dat adopties vanuit het buitenland voorlopig zijn stopgezet vanwege jarenlange misstanden. Bij adoptie wordt vaak gedacht aan deze interlandelijke adopties, maar ook binnenlandse adopties zijn mogelijk. Stiefouderadoptie is bijvoorbeeld een vorm van binnenlandse adoptie.

Adoptie is letterlijk het aannemen van een kind. Bij een gewone adoptie worden de familierechtelijke banden tussen het kind en de geboorteouders doorgesneden. Er ontstaat dan een nieuwe familierechtelijke band met de adoptieouders. Dit maakt een adoptie tot een ingrijpende maatregel.

Stiefouderadoptie, ook wel éénouderadoptie genoemd, is een bijzondere vorm van adoptie. Bij stiefouderadoptie wordt een minderjarig kind van de partner van de stiefouder geadopteerd. Er komt daardoor slechts één nieuwe ouder, namelijk de stiefouder. Als stiefouder wordt gezien: de echtgenoot, de geregistreerde partner óf andere levensgezel van de ouder. Er hoeft dus niet per se sprake te zijn van een huwelijk.

Een verzoek tot stiefouderadoptie moet bij de rechtbank worden ingediend. Hiervoor is het inschakelen van een advocaat verplicht.

Wanneer is stiefouderadoptie mogelijk?

Het uitgangspunt in de wet is om de oorspronkelijke familieband zoveel mogelijk te handhaven, daarom zijn er voorwaarden een verzoek verbonden. De belangrijkste zijn:

  1. De stiefouder moet ten minste drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek samenleven met de ouder en moet met die ouder ten minste één jaar voor het kind hebben gezorgd. (Een uitzondering geldt voor duomoeders.)
  2. De ouder van het kind is alleen met het ouderlijk gezag belast.
  3. De andere ouder van het kind spreekt het verzoek niet tegen.

Bij stiefouderadoptie vereist de wet dat de ouder van het kind alleen met het gezag is belast. Als de ouders van het kind nog gezamenlijk gezag hebben, kan de rechtbank dat eventueel gelijktijdig met een procedure tot stiefouderadoptie wijzigen.

Wanneer een ouder het verzoek tegenspreekt, mag de rechter het verzoek in bepaalde gevallen toch toewijzen. Dit kan bijvoorbeeld wanneer is gebleken dat een band tussen die ouder en het kind ontbreekt of wanneer de band tussen die ouder en het kind schadelijk is voor de ontwikkeling van het kind. Hierbij kan worden gedacht aan situaties waarin die ouder en het kind niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd, wanneer die ouder het gezag over het kind heeft misbruikt, het kind op grove wijze heeft verwaarloosd of indien die ouder onherroepelijk is veroordeeld wegens een misdrijf gepleegd jegens het kind.

De rechter onderzoekt of een stiefouderadoptie in het belang van het kind is. Daarbij wordt ook bekeken of het kind in de toekomst nog iets van de andere ouder te verwachten heeft.

Als een kind de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, moet het instemmen met het gedane verzoek. Het kind wordt door de rechtbank uitgenodigd om zijn/haar mening te geven over het verzoek.

Wat zijn de gevolgen van de stiefouderadoptie?

Door de adoptie krijgt de stiefouder samen met de ouder het gezamenlijk gezag. Dit betekent dat de adoptiefouder en de andere ouder voortaan samen beslissingen moeten nemen over het kind.

Bij de adoptie kan het kind de achternaam van de stiefouder krijgen. De ouder van het kind moet hier dan wel mee instemmen door een akkoordverklaring te tekenen.

Door de adoptie zal het kind erven van de stiefouder. Ook ontstaat er een onderhoudsverplichting.

Alternatief voor stiefouderadoptie: gezamenlijk gezag.

Soms is adoptie niet mogelijk of niet wenselijk. In dat geval kan het aanvragen van gezamenlijk gezag nog uitkomst bieden. Hiervoor zal ook een verzoek bij de rechtbank ingediend moeten worden. De voorwaarden voor het aanvragen van gezamenlijk gezag zijn minder streng.  Wijst de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag toe, dan kan in dezelfde procedure ook de achternaam van het kind worden gewijzigd in die van de stiefouder.

Kleding, alimentatie en omgangsregeling

Het is één van de grootste ergenissen van gescheiden ouders, het meegeven van kleding van de kinderen in het kader van een omgangsregeling. Regelmatig komt het voor dat er tussen gescheiden ouders met kinderen discussie bestaat over het meegeven van kleding. Moeder geeft kleren mee en stoort zich eraan dat deze na het weekend niet meer terugkomen. Zij besluit om voortaan maar geen kleding meer mee te geven. Vader moet zelf een garderobe voor de kinderen aanschaffen en houdt daarom kosten in op de alimentatie. Mag dat?

Na een scheiding wonen kinderen voornamelijk bij één van de ouders. Dit noemen we de verzorgende ouder. Er is veelal sprake van een omgangsregeling tussen de kinderen en de niet-verzorgende ouder. Beide ouders dienen bij te dragen in de kosten van de kinderen. Dit wordt berekend aan de hand van de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de ouders. In mijn blog ‘Hoe wordt kinderalimentatie berekend’ kunt u meer lezen over de berekening van kinderalimentatie. De niet-verzorgende ouder zal vervolgens een bijdrage in de kosten van de kinderen betalen aan de verzorgende ouder.

Vaak bestaat er discussie tussen de ouders welke kosten door de kinderalimentatie worden gedekt. De kosten van de kinderen kunnen worden onderscheiden in zg. verblijfsoverstijgende kosten en verblijfskosten.

Verblijfsoverstijgende kosten

Uitgangspunt is dat de verzorgende ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft alle kosten, met uitzondering van de kosten die samenhangen met het verblijf bij de andere ouder, voor zijn/haar rekening dient te nemen. Deze kosten worden de kindgebonden verblijfsoverstijgende kosten genoemd.

Het betreft in ieder geval de ‘vaste lasten’ die voor een kind worden voldaan ongeacht waar het kind verblijft, zoals schoolkosten, contributie voor sport en dergelijke. Kosten voor kleding, schoenen en fiets zijn weliswaar variabele lasten, maar er wordt vanuit gegaan dat ook deze kosten dienen te worden beschouwd als kindgebonden vaste lasten.

Verblijfskosten

Naast de verblijfsoverstijgende kosten worden er ten behoeve van kinderen nog zg. verblijfskosten gemaakt door de niet-verzorgende ouder. Hierbij kan bijvoorveeld gedacht worden aan de kosten van eten, drinken en verbruik van water en stroom. Maar ook de kosten van vakanties, uitjes, vervoerskosten en dergelijke vallen hieronder. Bij het berekenen van de draagkracht van de niet-verzorgende ouder wordt met deze kosten rekening gehouden in de vorm van een zorgkorting. De gedachte hierachter is dat de feitelijke zorgverdeling er toe leidt dat de verzorgende ouder voor een deel niet in de behoefte van het kind hoeft te voorzien, omdat de andere ouder daar in natura in voorziet in de periode dat het kind bij hem/haar verblijft.

Kleding en omgang

Zoals hiervoor is aangegeven, dient de verzorgende ouder alle kosten van de kinderen te voldoen. Indirect komen de kosten van kleding voor de kinderen voor rekening van beide ouders. De niet-verzorgende ouder betaalt zijn/haar bijdrage daarin immers door middel van kinderalimentatie.

De wet zegt overigens niets over het meegeven van kleding in het kader van de omgangsregeling. Wel zijn beide ouders volgens de wet verplicht om hun kinderen te verzorgen. Daar hoort ook bij dat beide ouders ervoor dienen te zorgen dat hun kinderen fatsoenlijk gekleed zijn.

Soms ziet de discussie van de ouders zich op de kleren die een kind meekrijgt. De kleding is versleten, te klein, of gewoon niet mooi genoeg. Wil de niet-verzorgende ouder dat de kinderen bij hem/haar thuis in andere kleding rondlopen, dan komt dit voor eigen kosten. Er mogen dan dus niet bedragen op de kinderalimentatie worden ingehouden. Dat laatste mag uiteraard wel als de ouders hierover afspraken hebben gemaakt in hun ouderschapsplan. Houdt u er wel rekening mee dat het voor kinderen heel verwarrend kan zijn om bij zijn ouders van kleding te moeten wisselen?

Blijf als ouders dus vooral denken in het belang van uw kinderen!

Terugvordering bijstandsuitkering na ontvangen boodschappen. Terecht?

Afgelopen maandag werd op sociale media veelvuldig commentaar geleverd op een uitspraak van de bestuursrechter (uit 2019!) over een kwestie, waarbij een vrouw ruim € 7.000,- aan bijstand moest terugbetalen aan de gemeente Wijdemeren. Via sociale media werden medewerkers van de betreffende gemeente o.a. ziektes toegewenst. Ook vanuit de politiek kwamen opvallend veel verontwaardigde reacties op de uitspraak van de rechter. Maar was dat laatste eigenlijk wel terecht? Wat speelde er?

De vrouw kreeg vanaf december 2015 een bijstandsuitkering. Zij kon door haar hoge lasten niet rondkomen. Om haar te ondersteunen haalde haar moeder één keer per week voor haar boodschappen.

Bij de gemeente werd een anonieme melding gedaan. Dit melding was aanleiding voor een onderzoek. Uit dit onderzoek bleek vervolgens dat de vrouw boodschappen van haar moeder cadeau kreeg. De vrouw had dit niet aan de gemeente doorgegeven. In december 2018 heeft de gemeente daarom een bedrag van ruim € 7.000,- teruggevorderd.

De vrouw was het daarmee niet eens en maakte bezwaar. De gemeente wees het bezwaar af. De vrouw stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De gemeente had dus terecht een bedrag van ruim € 7.000,- terug gevorderd. (De volledige uitspraak kunt u hier nalezen.)

Terug naar de verontwaardigde berichten vanuit de politiek. Deze zijn op zijn zachtst gezegd opmerkelijk te noemen. De rechter voerde immers slechts een wet uit, die door diezelfde politieke partijen is ingevoerd.

In Nederland is sprake van scheiding der machten, de zg. trias politica. De staat is opgedeeld in drie organen die elkaars functioneren bewaken. Het gaat daarbij om de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht. De wetgevende macht bepaalt de wetten en regels in een land. De uitvoerende macht voert deze wetten uit. De rechterlijke macht vervolgt mensen die de wetten overtreden.

In Nederland vormen de Eerste en de Tweede Kamer en de regering samen de wetgevende macht. De uitvoerende macht wordt gevormd door de regering. De rechtsprekende macht bestaat o.a. uit de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad.

De regering maakt wetten in samenwerking met de Eerste en Tweede Kamer. Een wet begint met een wetsvoorstel. Een wetsvoorstel wordt altijd door de Eerste en Tweede Kamer behandeld. En wie zitten er in de Eerste en Tweede Kamer? Juist, de leden van diverse politieke partijen. (Wilt u meer weten hoe een wet tot stand komt? Leest u dan dit.)

De vrouw uit het nieuwsbericht ontving een bijstandsuitkering. Dit is geregeld in de Participatiewet.

De Participatiewet is per 1 januari 2015 ingevoerd. Het uitgangspunt van de Participatiewet is dat iedereen naar vermogen participeert aan de samenleving en zoveel mogelijk in het eigen onderhoud voorziet.

In de Participatiewet is een inlichtingenplicht opgenomen. Deze houdt in dat een uitkeringsgerechtigde alles aan de gemeente moet melden wat van belang kan zijn voor het recht op de bijstandsuitkering. Denk daabij bijvoorbeeld aan informatie over werk, inkomsten en de woonsituatie. En daar ging het mis in de zaak van de vrouw uit het nieuwsbericht. Zij had verzuimd aan de gemeente door te geven dat zij boodschappen van haar moeder ontving. Niet het feit dat zij deze boodschappen ontving was aanleiding voor de beslissing van de gemeente, maar het feit dat zij dit had verzwegen. De wekelijkse boodschappen leverden haar een op geld waardeerbaar voordeel op dat voor de hoogte van haar uitkering van belang kon zijn.

De gemeente, maar ook de rechter, heeft in deze zaak de regels in de Participatiewet gevolgd. In de Participatiewet is namelijk opgenomen dat de gemeente de kosten van bijstand dient terug te vorderen wanneer de inlichtingenverplichting niet wordt nagekomen. Hier mag alleen van worden afgezien bij dringende redenen. Hierbij kan gedacht worden aan een situatie waarbij iemand op straat zou komen te staan.

De rechter heeft dus geen bevoegdheid om te beoordelen of de maatregel redelijk is! De rechter kan enkel toetsen of de gemeente tot het juiste besluit is gekomen. Dat was in deze zaak het geval.

Conclusie

Hoe vervelend deze uitspraak ook voor deze mevrouw is uitgevallen, de bestuursrechter heeft de wet toegepast, die door de politiek is bedacht. De rechter gaat niet over de letter van de wet. Immers, de rechtsprekende macht toetst alleen de regels die wetgevende macht heeft bedacht.

Als men wil dat er andere regels worden toegepast, dan is de wetgevende macht aan zet.

Corona en vervangende toestemming voor vaccinaties

Als alles meezit, worden begin 2021 de eerste mensen in Nederland ingeënt tegen het coronavirus. Toch zijn er ook nog veel onduidelijkheden. Eerst moeten de coronavaccins worden goedgekeurd en toegelaten in Europa. Dan is nog de vraag hoeveel vaccins geleverd kunnen worden én of zij voor alle doelgroepen geschikt zijn. Er is bijvoorbeeld nog meer onderzoek nodig naar de werking en veiligheid van een vaccin bij kinderen. De meningen over het wel of niet vaccineren zijn behoorlijk verdeeld.

Bij het lezen van reacties onder nieuwsberichten over corona valt op dat mensen corona moe zijn en/of vinden dat het kabinet mensen juist onnodig bang maakt. Ook geven veel mensen aan zich niet te zullen laten vaccineren, omdat zij van mening zijn dat de vaccinaties juist bedoeld zijn om mensen ziek te maken. De discussie wel of niet vaccineren zal zich ongetwijfeld ook bij (gescheiden) ouders voordoen.

Wat nu als er een geschikt coronavaccin beschikbaar komt voor kinderen en ouders kunnen het niet eens worden over het vaccineren van hun kind(eren)?

Bij de beantwoording van die vraag is het belangrijk om te weten wie het gezag heeft. Heeft slechts één van de ouders het gezag, dan mag die ouder de beslissing nemen. Als de ouders samen het gezag hebben, moeten de ouders samen beslissen. Lukt dat niet? In dat geval is het mogelijk om vervangende toestemming aan de Rechtbank te verzoeken. Als de rechter het verzoek toewijst, wordt de toestemming van de andere ouder vervangen door de beslissing van de rechter.

Het vragen van vervangende toestemming kan overigens niet alleen bij geschillen over coronavaccinaties, maar voor alle zg. gezagsgeschillen. Een gezagsgeschil is een geschil waarbij de ouders het niet eens kunnen worden over een belangrijke beslissing aangaande hun kind(eren). Een dergelijk geschil kan bijvoorbeeld gaan over een schoolkeuze, maar ook over de deelname aan het rijksvaccinatieprogramma. Het gaat bij dergelijke zaken altijd om een belangenafweging. Het belang van het kind is daarbij doorslaggevend.

Ten aanzien van het rijksvaccinatieprogramma is bijvoorbeeld in meerdere rechterlijke uitspraken overwogen dat dit tot doel heeft om jonge kinderen te beschermen tegen schadelijke ziekten. Daarbij wordt tevens overwogen dat het een feit van algemene bekendheid is dat het gevoerde overheidsbeleid door medici breed wordt gedragen en dat het overgrote deel van de bevolking dit overheidsbeleid steunt en kinderen daaraan laat deelnemen. Daaraan doet niet af dat er ook deskundigen zijn die daar kritisch tegenover staan. Het rijksvaccinatieprogramma wordt daarom in het belang van een kind geacht.

Over het algemeen weegt het belang van een ouder om een kind te laten vaccineren dan ook zwaarder dan het belang van de andere ouder, die het kind niet wenst te laten vaccineren. Dit zal ongetwijfeld ook voor het coronavaccin gaan gelden.

Vijf antwoorden op veelgestelde vragen over zittingen

In mijn vorige blog beschreef ik het verloop van een procedure bij de familierechter. In deze blog vindt u antwoorden op de vijf meest gestelde vragen over zittingen in het algemeen.

1. Wat moet ik aan naar de zitting?

Het is niet nodig om strak in het pak te verschijnen. Nette (zakelijke) kleding is altijd goed. Door netjes en zakelijk gekleed te zijn, laat u zien dat u de rechter en de rechtbank respecteert. Draag in ieder geval kleding waarin u zich prettig voelt. Als u kleding draagt waarin u zich niet prettig voelt, zit u niet lekker in uw vel tijdens een toch al spannende gebeurtenis. Het dragen van een pet of hoed in de zittingszaal wordt doorgaans niet gewaardeerd. Ook een zonnebril dient afgezet te worden.

2. Hoe laat moet ik op de rechtbank aanwezig zijn? 

Als het goed is, heeft u een oproepingsbrief voor de zitting ontvangen. Hierin staat het tijdstip vermeld waarop de zitting begint. U dient sowieso voor dat tijdstip in de rechtbank aanwezig te zijn. Als u niet op tijd aanwezig bent, kan de rechter de zitting beginnen zonder uw aanwezigheid. Dat zal geen goede indruk maken. Houd er rekening mee dat er bij binnenkomst in de rechtbank een veiligheidscontrole geldt. Het is daarom aan te raden om ca. 15 minuten voor aanvang van de zitting op de rechtbank aanwezig te zijn.

3. Moet ik de rechter bij binnenkomst of na afloop een hand geven?

U hoeft de rechter bij binnenkomst in de zittingszaal geen hand te geven of u voor te stellen. U kunt gewoon plaatsnemen op de aangewezen plek. Daarna zal de rechter bespreken wie er verschenen zijn.

Ook na afloop van de zitting hoeft u de rechter geen hand te geven. Bij het verlaten van de zaal kunt u bijvoorbeeld wel “goedendag” of “dank u wel” zeggen.

4. Moet/mag ik tijdens de zitting ook iets zeggen?

In principe voeren de advocaten tijdens een zitting het woord, maar vaak stelt de rechter wel (feitelijke) vragen aan partijen zelf. Het komt echter ook voor dat rechters het anders aanpakken. Sommige rechters gaan eerst in gesprek met de partijen en laten daarna pas de advocaten aan het woord.

De rechter bepaalt wie het woord heeft. Het is dus niet de bedoeling om de andere partij te onderbreken of om daarmee een discussie aan te gaan. Ook als u het niet eens bent met wat de andere partij zegt, is het is belangrijk om beleefd en kalm te blijven. Het gesprek is met de rechter, dus u dient de rechter aan te kijken. Het is niet de bedoeling om vragen aan de rechter te stellen.

5. Hoe spreek ik de rechter aan?

De rechter kan worden aangesproken met “Edelachtbare”, maar het is ook geen probleem om de rechter aan te spreken met “meneer de rechter” of “mevrouw de rechter”. Zijn er drie rechters? Dan spreekt men de middelste rechter aan met “meneer de voorzitter” of “mevrouw de voorzitter”. Uiteraard dient de rechter aangesproken te worden met “u” en niet met “jij”.

Hoe verloopt een procedure bij de familierechter?

Ik krijg vaak de vraag hoe procedures in zijn werk gaan. Daarom bespreek ik in deze blog het verloop van een procedure bij de familierechter. Een familierechter behandelt zaken op het gebied van familiebetrekkingen, zoals echtscheidingen en omgangsregelingen.

stap 1: verzoek

Iedere procedure begint met het indienen van een schriftelijk verzoek bij de rechtbank. Het verzoekschrift moet door een advocaat worden ingediend. Hierop zijn twee uitzonderingen, te weten de eigen rechtsingang van een kind en een verzoek vervangende toestemming voor de aanvraag van een reisdocument.

De partij die het verzoek heeft ingediend, noemen we ‘de verzoeker’.

De rechtbank rekent administratiekosten voor het in behandeling nemen van het verzoek. Deze kosten noemen we griffierecht. Iemand die voor gesubsidieerde rechtsbijstand, een zg. toevoeging, in aanmerking komt, betaalt een lager griffierecht dan iemand dan die daarvoor niet in aanmerking komt. Het volledige griffierecht bedraagt op dit moment € 304,00. Voor iemand met een toevoeging bedraagt het griffierecht € 83,00.

stap 2: verweer

De partij die het verzoek niet heeft ingediend, mag daartegen verweer voeren. Deze partij noemen we ‘de verweerder’. Een verweer is een reactie, waarin de verweerder aangeeft waarom deze het niet is met het verzoek. Een verweer kan schriftelijk worden ingediend, maar mag soms ook mondeling worden gedaan. Doorgaans is de verweerder ook griffierecht verschuldigd.

In de meeste procedures zal de rechtbank de verweerder in de gelegenheid stellen om schriftelijk verweer te voeren. Voor het indienen van stukken bij de rechtbank en dus ook een verweerschrift, is een advocaat nodig.

In andere zaken, zoals bijvoorbeeld omgangskwesties, zal de rechtbank geen termijn voor verweer geven, maar wordt er een datum voor een mondelinge behandeling bepaald. Hoewel er geen verweertermijn wordt gegeven, mag er wel een verweerschrift worden ingediend. De rechter stelt dit vaak op prijs, omdat dan voor de zitting alle standpunten bekend zijn. Voor het indienen van een verweerschrift is een advocaat nodig. Bij omgangskwesties kan ook tijdens de mondelinge behandeling – zonder advocaat – mondeling verweer gevoerd worden.

In een verweerschrift kan ook een tegenverzoek worden gedaan. Dit is een zelfstandig verzoek in reactie op het verzoek dat de verzoeker heeft gedaan. U kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan de volgende situatie: de verzoeker heeft een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling van een weekend per veertien dagen gedaan, maar heeft ten aanzien van de verdeling van de vakanties niets in het verzoek opgenomen. De verweerder kan dan bij wijze van zelfstandig verzoek aan de rechter vragen om ook een omgangsregeling vast te stellen tijdens de vakanties.

Als er geen verweer wordt gevoerd, zal de rechter het verzoek van de verzoeker toewijzen. Is er wel verweer gevoerd? Dan bepaalt de rechter een datum voor een zitting.

stap 3: de zitting

Partijen en/of hun advocaten krijgen een oproepingsbrief om (gelijktijdig) op de rechtbank te verschijnen. Hierin staan de datum, tijdstip en de locatie van de zitting vermeld. Als één van de partijen of advocaten verhinderd is, kan de rechtbank een andere zittingsdatum bepalen.

Soms dienen voor de zitting nog nadere stukken toegestuurd te worden, bijvoorbeeld in alimentatieprocedures. Hiervoor gelden termijnen, waarbinnen de stukken door de rechtbank dienen te zijn ontvangen.

Op de dag van de zitting moeten partijen op tijd bij de rechtbank verschijen. Bij binnenkomst moeten zij zich melden bij de portier. Het kan zijn dat gevraagd wordt om een legitimatiebewijs en/of de oproepingsbrief voor de mondelinge behandeling te tonen. Vervolgens vindt er een veiligheidscontrole plaats. Totdat de zitting begint, kunnen partijen wachten in een wachtruimte. De bode kondigt het begin van de zitting aan. De zitting is niet openbaar. Dit betekent dat er geen andere mensen mee naar binnen mogen in de zittingszaal.

In de zittingszaal zijn een rechter en een griffier aanwezig. De griffier maakt aantekeningen voor de rechter. Als het gaat om een zaak waar kinderen bij betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld een omgangskwestie, dan zal er ook een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig zijn. De medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming geeft tijdens de zitting advies aan de rechter. Als er een uitgebreider advies nodig is, zal de rechter de Raad voor de Kinderbescherming opdracht kunnen geven om een schriftelijk advies uit te brengen.

Over het algemeen zal de rechter de advocaat van de verzoeker eerst de gelegenheid geven om het verzoek toe te lichten. Daarna mag de avocaat van de verweerder reageren. Vervolgens zal de rechter vragen stellen aan de advocaten en/of partijen zelf. Nadat de rechter vragen heeft gesteld, mogen de advocaten ieder nog één keer reageren. Voordat de rechter de behandeling ter zitting sluit, mogen partijen nog iets zeggen als ze dat willen. Dit noemen we het laatste woord.

stap 4: de uitspraak

De meeste rechters doen niet meteen tijdens de mondelinge behandeling uitspraak. Aan het einde van de zitting geeft de rechter aan wanneer de uitspraak, de beschikking, wordt verwacht. Meestal is dat op een termijn van uiterlijk 4 weken. Soms is de beschikking dan nog niet gereed en wordt deze aangehouden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ziekte of onderbezetting tijdens vakanties. De exacte reden van de aanhouding van een beschikking is meestal niet bij een advocaat bekend.

De meeste rechtbanken hanteren vaste dagen waarop beschikking worden afgegeven. Door de rechtbank in Assen worden beschikkingen bijna altijd op een woensdag afgegeven.

Wanneer de beschikking gereed is, wordt deze per post aan de advocaat toegezonden. De advocaat stuurt de uitspraak vervolgens weer door aan de cliënt. Omdat de uitspraak per post wordt toegezonden, is de inhoud (vaak) nog niet bekend op de dag dat de uitspraak verwacht wordt.

Wat kan ik doen als de alimentatie niet betaald wordt?

Er kunnen veel problemen ontstaan over alimentatiebetalingen. De wettelijke indexering wordt bijvoorbeeld niet betaald of er ontstaat een ruzie over de hoogte van de verplichting. Voor de alimentatiegerechtigde kan het vervelende financiële gevolgen hebben als de alimentatie niet (volledig) wordt betaald. In dit artikel zal ik bespreken welke mogelijkheden er zijn om achterstallige alimentatie te incasseren.

Allereerst dient er onderscheid gemaakt te worden tussen alimentatie afspraken die door de rechter zijn vastgelegd en afspraken die niet door rechter zijn vastgelegd. Ik zal beginnen met de laatste situatie.

De alimentatie is niet door de Rechtbank vastgelegd.

Is de alimentatieverplichting onderling afgesproken in bijvoorbeeld een echtscheidingsconvenant of ouderschapsplan, maar is niet gevraagd om deze afspraken in een beschikking van de Rechtbank te laten vastleggen? Dan dient de Rechtbank alsnog de hoogte van de alimentatieverplichting vast te stellen. Een advocaat zal dan een verzoekschrift bij de Rechtbank moeten indienen om de alimentatie alsnog te laten vastleggen.

De alimentatie is door de Rechtbank in een beschikking opgenomen.

In dat geval is het mogelijk om de achterstallige alimentatie te incasseren via bijvoorbeeld het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Het LBIO kan gratis worden ingeschakeld door de alimentatiegerechtigde. Daarentegen dient de alimentatiebetaler een opslag te betalen. Het LBIO kan alleen vorderingen incasseren die niet ouder zijn dan 6 maanden.

Zijn de achterstanden ouder dan 6 maanden? Dan kan er een deurwaarder worden ingeschakeld of het Nationaal Loket Alimentatie Inning. Het NLAI werkt op basis van no cure no pay. Er worden geen kosten in rekening worden gebracht als er geen resultaat is behaald.

Om de alimentatie te kunnen laten incasseren is de originele beschikking van de Rechtbank nodig. Op deze beschikking staat een stempel met de woorden ‘in naam van de Koning’. Dit wordt de zg. grosse genoemd. Het LBIO, een deurwaarder of het NLAI zal u vragen deze grosse toe te sturen. Het is daarom belangrijk om de grosse goed te bewaren.

Verjaring

Het is dus mogelijk om achterstallige alimentatie te incasseren, maar dit kan niet oneindig. Voor alimentatiebetalingen geldt een verjaringstermijn van 5 jaar. Dit betekent dat achterstanden ouder dan 5 jaar niet meer kunnen worden geincasseerd. Maar, als de ex-partner binnen deze 5 jaar schriftelijk is aangemaand om te betalen, dan wordt de verjaring gestuit. Vanaf dat moment gaat er een nieuwe verjaringstermijn van 5 jaar lopen.

Mocht er sprake zijn van een achterstand in alimentatiebetalingen, dan is het als alimentatiegerechtigde verstandig om de ex-partner daar ieder jaar schriftelijk op te wijzen en te vragen om de achterstand te voldoen. Op deze manier gaat de verjaringstermijn telkens opnieuw lopen. Uiteraard dient u dan wel te kunnen aantonen dat u daadwerkelijk een herinnering heeft verstuurd.

Het fenomeen ‘dropshipping’ en hoe u dit kunt herkennen.

dropshippingKent u het fenomeen ‘dropshipping’ al? Dropshipping is het online verkopen van producten zonder dat de webwinkel zelf een voorraad aanhoudt. De klant bestelt een product bij een webwinkel. De webwinkel plaatst de order bij de leverancier en deze stuurt het product rechtstreeks naar de klant. Daar is op zichzelf niets mis mee als de dropshipper de wet volgt. Juist daar gaat het vaak mis. In deze blog leest u meer over de risico’s van dropshipping en hoe u dit zou kunnen herkennen.

Veelal jongeren houden zich bezig met dropshipping, omdat ze denken er veel geld mee te kunnen verdienen. Dit komt met name omdat er door zogenaamde zelfverklaarde dropshipgoeroes gouden bergen worden beloofd. De dropshipgoeroes geven dure cursussen à € 1.200,00 zodat jongeren ‘het vak kunnen leren’. Er hoeft geen voorraad te worden aangelegd en er hoeven nauwelijks investeringen gedaan te worden. Het klinkt natuurlijk erg aantrekkelijk, geld verdienen zonder er zelf veel voor te hoeven doen. Niet voor niets is het aantal ondernemers dat zich bij de Kamer van Koophandel heeft ingeschreven met ‘dropshipping’ in de omschrijving de afgelopen 2 jaren vertienvoudigd! Dit is nog maar het topje van de ijsberg, want veel jonge dropshippers registeren hun onderneming niet eens bij de Kamer van Koophandel.

Hoe werkt het in de praktijk?

De webwinkel maakt op social media, zoals Facebook of Instagram, reclame voor één of meerdere producten. Vaak staat er bij dat het om een tijdelijke aanbieding gaat, bijvoorbeeld ‘vandaag tweede gratis’ of ‘alleen vandaag van € 89,00 voor € 49,00’. Op deze manier wordt de klant verleid om over te gaan tot een snelle aankoop.

De website is in het Nederlands en heeft een Nederlanse extensie (.nl). De klant denkt daarom te maken te hebben met een leverancier uit Nederland.

Op de website wordt het product aangeboden voor € 50,–. De klant plaatst een bestelling en betaalt. Vervolgens bestelt de webwinkel het product rechtstreeks bij AliExpress (in China) voor een bedrag van € 12,–. Bestellingen bij AliEpress worden vaak gratis geleverd. Tel uit de winst voor de dropshipper!

Na enkele weken ontvangt de klant een pakketje uit China. Omdat de klant bij een Nederlandse website had besteld, ging deze er vanuit de bestelling binnen enkele dagen te zullen ontvangen. De klant had het product ook zelf bij AliExpress kunnen bestellen en zo € 38,00 kunnen besparen.

Is dropshipping legaal?

Op zichzelf genomen is dropshipping toegestaan, maar bedrijven moeten zich daarbij wel aan bepaalde regels houden die consumenten moeten beschermen. Zo zijn de webwinkels verplicht om de mogelijkheid te bieden om producten retour te sturen. Ook moet bekend zijn waar consumenten met vragen en klachten terecht kunnen. En daar gaat het bij dropshipping vaak mis. Er zijn daarom veel klachten over dit soort praktijken.

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) ziet erop toe dat bedrijven eerlijk concurreren en beschermt consumentenbelangen. Zo heeft de ACM recent nog een webwinkel aangesproken, omdat het de regels overtrad.

Waar gaat het mis?

Het gaat al mis bij de levertijd. De klant bestelt een product op een Nederlandse website. Er wordt geen rekening gehouden met een levertijd van enkele weken. De klant verwacht bovendien geen product uit China te ontvangen. In sommige gevallen moet de klant zelfs nog invoerrechten en belasting betalen, omdat het product van buiten de EU wordt geleverd.

Vaak zijn de producten van slechte kwaliteit. Of kloppen de maten niet, omdat de Aziatische maten veel kleiner uitvallen dan Europese maten. Veelal hebben de producten ook geen CE-markering en voldoen deze dus niet aan de daarvoor geldende regels binnen Europa. Als de klant het product wil terugsturen, blijkt dat er op de website geen contact gegevens of een KvK nummer zijn vermeld. Alle ondernemingen en rechtspersonen in Nederland moeten zich inschrijven in het Handelsregister. Veel dropshippers registeren hun onderneming niet.

Dropshippers vergeten vaak dat als er iets misgaat, zij het moeten oplossen. Voldoet het product niet? Dan heeft de consument het recht om het product terug te sturen en geld terug te krijgen. Komt het product niet of beschadigd aan? Dan moet de webwinkel dit oplossen, door het product opnieuw te (laten) verzenden.

Krijgt u via social media een reclame voor een bepaald product dat u overweegt te kopen en u wilt weten of het om dropshipping gaat ? Lees dan onderstaande tips:

  • Wees alert wanneer het gaat om een tijdelijke kortingsactie. Vaak is dit het eerste signaal dat er sprake kan zijn van dropshipping.
  • Lees de website goed door. Staan er algemene voorwaarden op de website? Lees deze zorgvuldig door. Als er ergens vermeld is dat de webwinkel enkel bemiddelt, is er sprake van dropshipping. Wat staat er over het retourneren van producten? Staat er een retouradres op de website? Zo nee, dan is er mogelijk sprake van een dropshipper.
  • Staat er een KvK nummer op de website? Wees alert wanneer er geen KvK nummer is vermeld.
  • Zijn er ergens ‘in de kleine lettertjes’ levertijden aangegeven? Is dit gemiddeld 7-15 dagen dan heeft u hoogstwaarschijnlijk te maken met een dropshipper. Ten aanzien van de lange levertijden wordt corona vaak als smoes gebruikt. Soms is aangegeven dat het product zo populair is dat het niet meer vanuit het eigen magazijn geleverd kan worden. Dit is slechts een marketingtruc.
  • Staan er honderden positieve recencies op de website? Pas op, want deze zijn mogelijk gekocht. Vaak zijn er ‘recensies’ van voor de registratiedatum van de website. Via deze link kunt u o.a. nagaan wanneer de pagina is geregistreerd.
  • Sla foto’s van het product op en zoek op afbeelding in AliExpress. Als er sprake is van dropshipping, vindt u hetzelfde artikel daar vele malen goedkoper.

Voor de goede orde wijs ik erop dat niet alle dropshippers oplichters zijn, maar voorzichtigheid is geboden. Er zijn ook webwinkels die zich wel aan de regels houden en bestellingen bij leveranciers binnen de Europese Unie plaatsen. Dan weet u in ieder geval zeker dat het product is goedgekeurd voor de Europese markt.